donderdag 15 december 2011

Juf Truus: een andere aanpak voor CV

Ik heb juf Truus benadert over het zien van een van haar lessen. Oorspronkelijk was het mijn idee om te kijken hoe zij omgaat met de klas analfabeten. Echter, dit zijn maar drie leerlingen, en om met twee leraren op drie leerlingen te gaan zitten, is ook weer zo... zwaar. Dus hebben we afgesproken om een andere les te bekijken. Groep RR, die bezig is met het maken van hoeden.

Toen we begonnen, waren we met vier à vijf leerlingen. Langzaam maar zeker kwamen er steeds meer en meer bij, tot aan acht leerlingen. Niet al teveel dus.

Haar opdracht is om een hoed te maken voor een andere leerling van de klas. Ze hebben dus elkaars hoofden opgemeten en zijn met die info, samen met hun idee over die leerling, aan de slag gegaan. Sommige leerlingen waren al klaar. Die leerlingen kregen van truus extra input. Een filmpje waarop een catwalk te zien is van dames en heren die kleding aanhebben die seulement uit afval bestaat. De leerlingen die al klaar waren met hun hoed, keken of ze nog meer konden maken van hun hoed, of als ze daarmee klaar waren, wat ze verder konden doen.

Na de vakantie wil Truus ook zulke pakken maken. Een van de dingen die ik enorm waardeer aan haar, is het feit dat ze ook gewoon aangeeft dat ze het best spannend vind om zo'n groot project te beginnen. Voor haar was het dan ook fijn dat ik kwam observeren, zodat we konden sparren over hoe ze het kan aanpakken.

Zo persoonlijk als ze tegen mij is, zo werkt ze ook. Ze gaat iedereen persoonlijk langs, met ook persoonlijk advies: “Ga je iets doen met vlechten? En wat ga je doen met vlechten? Oké, dan is dat je plan, en hoe ga je dat vastmaken?”

Papier-maché: wordt op het papier gedaan met een kwastje, om er zeer voorzichtig en secuur op gesmeerd te worden.

Er wordt hier aanzienlijk meer in het Arabisch en andere talen gesproken. Hierdoor weten ze ook niet de namen van de materialen:
  • “Dat kleurtje in het hout”: een kleurpotlood.
  • “Waar is de stapler?”: waar is de nietmachine.
  • “Het dingetje in het dingetje”: draad door de naald halen.


Een leerling is aan het tekenen in plaats van aan het maken. Ik vroeg truus waarom:
“Hij heeft zijn hoed al gemaakt, en kijk eens wat een prachtig ding het is geworden.” En inderdaad, zijn hoed springt uit vergeleken met de rest van de hoeden. “Hij kwam naar me toe en vertelde me dat hij zo graag zou willen tekenen. Ik sta het toe. En oké, het is dan natekenen, maar dat zien we even door de vingers. Meestal doen de leerlingen dit dan twee lessen, en dan komen ze weer bij de rest en bij de opdracht.”

Al met al een heel inspirerende les. Niet alleen qua onderwerp (ze zei ook tijdens de afspraak maken 'ik denk dat je deze opdracht ook leuker vind'), maar ook qua aanpak. Ze had niet altijd de touwtjes in handen, maar het persoonlijke contact wat ik bij haar les zag, vond ik heel prettig om te zien. Deze sfeer van ongedwongenheid maakt het ook wel erg prettig om in de klas te zijn.

ROC: verbazingwekkend.

Natuurlijk gingen we verkeerd. Naja, de trein ging goed, maar we hadden al lopend natuurlijk een kleine afslag gemist. Niet dat het erg was. Tenminste, niet voor de Hollanders. De lieve leerlingen echter klaagden steen en been dat ze zo lang en zo ver moesten lopen. Maar uiteindelijk kwamen we dan aan.

Op het ROC in Amersfoort kregen de leerlingen die het leuk vonden, een middagje die in het teken stond van de zorg. Ze kregen een presentatie over hoe lang de opleiding duurde, wat ze zouden leren, waarin ze zich konden specialiseren en hoe ze zich kunnen aanmelden. Daarnaast kregen ze ook nog een praktijklesje en uiteindelijk konden ze ook nog de portfolio's van leerlingen, die dezelfde opleiding op dit moment doen,  inkijken.

Er waren twee prachtige punten die ik hier speciaal wil uitlichten. Allereerst de leerlingen van het ROC zelf, die meehielpen, kwamen ook van de ISK af. Ze vlogen meteen Anouk om de hals. Ook de leerlingen werden met enthousiasme begroet; sommigen kenden elkaar. Dit is uiteraard een slimme zet geweest van het ROC. Door dingen en mensen te gebruiken die de leerling herkent, zorg je ervoor dat de leerling het veel leuker zal vinden. Er komt direct een positieve atmosfeer in de klas en het is minder moeilijk om contact te leggen met de leerlingen.

Het andere was de praktijkles. Dit vonden de leerlingen leuk, en dat merkte je. Ze moesten in een kring zitten met achter hun een leerling van het ROC (de begeleidende leraren, Annemieke en ik zaten op een bank aan de andere kant van de klas. Ik op een leuning van de bank, want er was te weinig plaats)
En iedere leerling van het ROC hielp de leerling van het ISK opstaan, alsof het ouderen waren. De ISK-leerlingen waren verbaasd en blij. Ze vonden het heel leuk om het te doen. Ik merkte ook en ze vertelden ook dat de praktijk meer indruk heeft gemaakt dan de theorie.

Een van de leerlingen, de enige jongen van het stel, zei tegen de docente van het ROC dat hij een betere manier had om op te staan. Plotseling stapte hij op mij af, zette zijn linkerarm onder mijn benen, zijn rechterarm onder mijn rug en hij tilde me een centimeter of vier, vijf de lucht in. Ik, niet voorbereid op deze situatie, sloeg uiteraard meteen mijn arm om zijn nek. niet veel later zette hij me weer op mijn zitplaats en kon ik hem weer loslaten. Het was in een tijdsbestek van tien seconden, maar enkele minuten later was ik nog steeds in shock. Het was natuurlijk heel leuk om opgetild te worden door "een chocoladebruine hunk", maar ik had niet verwacht dat de band tussen leraar en leerling zo close was op het ISK.

perspectief: Les animaux dansent dans le safari disco club.

Ik begon de les met de vraag of ze me eng vonden. Het antwoord was nee. De volgende vraag: Waarom zitten jullie dan zo ver weg? Kom eens iets dichterbij!
Nadat ze uiteindelijk dichterbij gingen zitten, heb ik een korte kunstgeschiedenisles gegeven over waar perspectief is begonnen. De Renaissance kwam aan bod en ik heb zowel Atmosferisch perspectief als Analytisch perspectief uitgelegd in de kunsthistorische context. Ze waren vrij verbaasd dat perspectief al zo gruwelijk oud is.

Na dat uitgelegd te hebben, mochten ze aan hun perspectieftekening werken. Dit werd niet door iedereen goed ontvangen.
Niet iedereen begreep de opdracht. Ze snapten niet hoe ze het voor elkaar konden krijgen om vanuit het oogpunt van een dier te tekenen. Als hulp heb ik drie vragen op het bord geschreven: Waar is de horizon? Is het een groot of een klein dier? Waar leeft het dier? Als ze niet wisten wat ze moesten doen, verwees ik ze na het bord. Dan konden ze weer verder. De leerlingen die dan nog steeds niet verder konden, hielp ik specifiek verder op een van deze

Anouk vertelde dat ze ook boekjes had met dieren erin. Die kregen de leerlingen dan ook aangeboden. Zo hebben ze extra houvast in het creatieve proces. Nu sta ik hier erg dubbelzinnig in. Aan de ene kant vind ik het leuk dat ze zo extra geïnspireerd raken, maar ik had het opzoeken van de dieren en de leefomgeving ook als huiswerk opgegeven. Als je je kont brand, moet je op de blaren zitten. En als ze hun huiswerk niet doen, dan moeten ze daarvan de consequenties inzien. Ze zijn niet alleen tussen de 16 en de 19, maar ook nog eens op het niveau van HBO. Ze maken de meest ingewikkelde presentaties, maar wat foto's en info over een dier opzoeken is te moeilijk? Dat kan niet.

Hetzelfde heb ik met het feit als ze niet naar me toe komen omdat ze een probleem hebben en ook niet zelfstandig aan hun probleem werken. Ze hoeven niet naar mij te komen, maar als ze niks hebben, kan ik ook niks beoordelen. Volgende les, de laatste les zal ik kijken of ze echt meer handvaten nodig hebben dan ik had verwacht.

maandag 12 december 2011

De dansvoorstelling: Wat mis je als Nederlander.

Donderdag 8 december zouden we naar een dansvoorstelling gaan. De leerlingen die naar de voorstelling gaan, de R-uitstroom, hebben lessen gehad van een van de dansers. Ze leerden de zaal kennen door middel van contemporaine dans. Dat was niet door iedereen weggelegd.

De dansvoorstelling was een voorstelling die geïnspireerd werd door misstanden in de samenleving, met een duidelijke hang naar de schilderijen van Hiëronymus Bosch.

Meester Jan vroeg aan mij of ik met zijn klas, RP, naar theater kikker wilde gaan. Hij moest namelijk les geven op de Stroyenborchdreef en kon dus niet op tijd zijn om zijn klas te begeleiden. Ik heb uiteindelijk toegezegd. Even later kwam meester Walter met de vraag of ik wist waar theater Kikker was. Natuurlijk weet ik dat, maar ik wist dan niet waar de bushaltes hier in Overvecht waren. Dus zo hadden we een afspraak. Hij zou ons begeleiden naar de bus, en ik zou hun begeleiden naar de Kikker.

Eenmaal daar, moesten we veertig minuten wachten. Nu had ik al gezegd dat we niet om kwart voor twee al moesten verzamelen als de voorstelling om drie uur begon, maar ach, wie luistert er nou naar een stagiair. Ik weet immers niet hoe langzaam al die leerlingen lopen, toch? Helaas voor hun wist ik wel dat het maar een kleine tien minuten lopen is van de stad naar Kikker. Ach. Zo erg is het ook weer niet. Ik had hele leuke gesprekken met leerlingen die niet konden begrijpen dat Nederlanders niet meer geheel volgens de weg van de Bijbel leven. Het is volgens hun een gemis om niet volgens de wegen van God te leven. Daarnaast hadden we het ook over waarom er niet gewoon geld werd bijgedrukt om de crisis tegen te gaan. Al een zwaar onderwerp an sich, laat staan om het uit te leggen aan iemand die de taal niet goed beheerst!

Toen de voorstelling begon, was het vrij rumoerig. De leerlingen hadden eerst nogal moeite met de aard van de dans. De bewegingen straalden een enorme symbolische kracht uit, die versterkt werd door de attributen waarmee ze dansten, maar ondanks het enorme, wat ik 'Le Sacre Du Printemps'-gehalte zou noemen, werden de leerlingen steeds stiller en begonnen steeds geïnteresseerder te raken. Logisch ook. Er kwam een enorme kracht van hun uit, die zowel intrigerend, als beangstigend was.

Je merkt wel dat ze op sommige punten heel anders reageerden dan ik. Toen de dansers Arabische teksten spraken, kwam het voor mij over als een 'toren van Babel'-exotisme. Er lag opeens een extra lading die ik niet begreep. Echter, voor de leerlingen was het lachwekkend. Blijkbaar was de tekst zo grappig, dat sommige leerlingen antwoord gingen geven op de vragen die de dansers stelden in het Arabisch. Ik merkte dat ik dat gedeelte, hoe hun het zien, compleet heb gemist. Aan de ene kant frustrerend, maar aan de andere kant ook heel bijzonder. Hoe toch een taal-en-cultuurverschil zoveel uit kan maken.

Gedicht illustreren: Lesblok 3

Voordat de leerlingen het klaslokaal binnen kwamen op 6 december, had ik alle posters opgehangen. Mijn doel was om met ze rond te gaan lopen, om te kijken wat goed was en wat niet goed was. Zo keken ze naar wat ze mooi vonden, en wat ze dus konden gebruiken van anderen. Leerlingen die het goed hadden gedaan, maar onzeker zijn (en dat zijn er veel), kregen ook zo via anderen wat veren in hun reet gestopt. Perfect voor het begin van de les.

Toen we bezig gingen met de opdracht, viel me op dat er toch een groot aantal leerlingen niet tevreden was. Leerlingen die bezig waren met sterren, wilden opeens hartjes. Alles moest anders en alles moest op een nieuw blad. Ik heb meerdere alternatieven gegeven, maar ze waren onverzettelijk. De optie om een nieuw blad te pakken, heb ik verboden; de voorraad papieren zijn niet oneindig, ze moeten maar leren zuinig om te gaan met papier. Het gangbare idee is "goed gejat is beter dan slecht gedacht". Jammer maar helaas.

Gelukkigerwijze is de groep Somaliërs iets minder aan het praten in het Somalisch. Waarschijnlijk doen ze het stiekem als ik niet luister. Ik heb met een grapje en interesse geprobeerd hun duidelijk te maken dat Somalisch wel mooi is, maar niet goed in de klas. Dit deed ik door middel van de tekst: "waar ging dat over? Oh, dus het was een grapje, kan je het grapje ook aan mij vertellen? Ik ben dol op grapjes!" Ze voelden zich zo... aangetast in hun taal, dat ze daarna weinig tot geen Somalisch hebben gepraat.

Hoewel ik de weg open had voor collages en verf, gebruikten ze deze niet. Erg jammer. Dit komt waarschijnlijk omdat ik deze materialen niet heb aangereikt, maar wel heb aangekaart als optie. Misschien dat gemakzucht ervoor heeft gezorgd dat ze gingen tekenen met potlood en pen (hoewel het behoorlijk tijdrovend van ze is om grote vlakken in te vullen met pen)

Wat minder goed gaat, is het opruimen. Ik heb hier al met Anouk over gesproken. Het is heel moeilijk voor ze om de dopjes op de pennen te stoppen. Laten we vooropstellen, dergelijke zaken zijn ook heel tijdrovend en moeilijk voor ze, het kost immers heel heel heel veel hersenkracht om te zien waar in de kast de doos met potloden hoort te staan.

Dinsdag de 13e gaan ze het presenteren. Dat betekent dat ze nog een driekwartier hebben om alles af te maken, en daarna gaan ze het voordragen. Ik heb als idee dat ze hun gedicht gaan voorlezen en hun poster laten zien. Dat ze aan de hand van hun gedicht de poster kunnen uitleggen: Waarom heb je voor deze plaatjes gekozen.

De dingen waar ik op ga letten volgende les:
Hoe kan ik kort en bondig de les beginnen
Hoe zorg ik ervoor dat ik ze goed laat opruimen
Hoe leg ik hun uit wat ze moeten presenteren

donderdag 8 december 2011

Sinterklaas II

Er zijn veel foto's gemaakt van het feest, zowel door de leraren als door de leerlingen. Als rol had ik de 'Zeurpiet', wat meer gelach bracht bij de leraren dan bij de leerlingen. Blijkbaar zat ik zo goed in mijn rol dat de goedheilige in het begin maar lastig in zijn rol kon blijven. Daar ik geen foto's wil neerzetten die de privacy van de leerlingen kan schaden, heb ik maar een vijftal foto's geselecteerd als impressie.






Perspectief: Allez-hôp, naar buiten!

Dan denk je dat je nu goed voorbereid bent.
Dus ik kom aan op de ISK, pak een kopje Espreschoc, kom het lokaal binnen, ga zitten. Het was de les van RD. De bel gaat, de deur gaat open, en opeens stromen er allemaal leerlingen van RU binnen. Wat ze hier doen? O ja, roosterwijzigingen. Annemieke keek me met een grote grijns aan; 'je denkt toch niet dat ik je rooster ben, of wel?'
Nou, ach, geeft niet. Laat me even mijn kopje cafeïne opdrinken, en het lukt me wel!
Anouk zou eerst nog even wat vertellen over haar reis naar Rome. Het werd een semi-kunsteducatieve, semi-ervaringsgerichte presentatie met eigengemaakte foto's en een heus filmpje over hoe het Amphitheatrum Flavium gebouwd is. Nadat haar deel over was, pakte ik gauw nog even twee punten mee. Hoe "als het colosseum overeind blijft, blijft Rome overeind. Als Rome valt, dan valt de wereld" ook in deze tijd geplaatst kon worden aan de hand van de Economische crisis. En ook hoe het Amfitheater eigenlijk hetzelfde is als een televisie. Het fijne aan RU is, dat ze verstandig en leergierig zijn. Ik merkte dat het hen boeide. De leerlingen gingen er openlijk in mee en stelden vragen waar nodig.

Ik had de vorige les geleerd dat het niet verstandig is om zelf de papieren uit te delen, omdat ze dan onrustig worden. Daarom liet ik het nu door hunzelf uitdelen. Dit voelde goed.

Op het bord tekende ik weer de horizon met een kubusvormig figuur in eenpuntsperspectief. Daarna zette ik een stip op het bord, om het tweede verdwijnpunt te tekenen. Één leerling, overmoedig, wilde het wel weer kloppend maken. Dit lukte hem niet. De tweede leerling deed het wel goed. Ze haalden hun kennis op. Ik tekende de kubus goed, en liet weer een leerling naar voren komen, deze keer om er een mens neer te zetten. Dat was om te kijken of ze zich nog herinnerde dat de horizon op ooghoogte is. Gelukkig wist een andere leerlinge het wel.

Evenals de vorige les, liet ik ze alles meetekenen. Mijn doel is hiermee dat ze een houvast hebben om te gebruiken als ze het niet meer goed weten.

Ik ging naar het perspectief van dieren. Ik probeerde hun uit te leggen waar het perspectief van een kikker zou zijn  en dat van een vogel. En ook waarom dat verschilt van die van een mens. Dat vonden ze dan weer lastig. Improviserend, vertelde ik dat ze op de grond moesten gaan zitten. Drie dames zeiden nee, de rest deed het wel. Ik vroeg ze om hun heen te kijken en daarna weer op te staan. Ze stonden helemaal perplex. Ik vroeg aan een meisje of ze zag hoe de horizon veranderde. Dat zag ze. Dat koppelde ik weer terug aan het bord. Ze begrepen het beter.

Ik had ze een buitenopdracht beloofd en die kwam er ook. Ik zette ze in groepjes, waarbij ze verschillende hoogtes van de horizon moesten zoeken. Ook moesten ze kijken of ze eenpuntsperspectief en tweepuntsperspectief konden vinden. Deze moesten ze fotograferen en daar kregen ze vijftien minuten voor. Het leek alsof ik ze naar buiten moest schoppen. Enerzijds wilden ze graag een buitenopdracht, anderzijds was er geen beweging in te krijgen om ze buiten te krijgen. En van het een op het andere moment gingen ze gezamenlijk weg en hoefde ik niks meer te doen.

Toen ik eindelijk alleen was, was ik nog in een tweestrijd. Ik wilde ze een dier laten kiezen, maar ik was bang dat ze allemaal hetzelfde zouden kiezen. Dus aan de andere kant wilde ik het zelf doen. Uiteindelijk kwam er met de hulp van Anouk een middenweg. Iedereen zou vertellen wat hun dier was, en dan zorg je er gewoon voor dat geen enkel dier twee keer gekozen wordt.

Toen ze terug kwamen, lieten ze individueel hun perspectieffoto's zien. Ze hadden goed hun best gedaan, en ook nog eens netjes binnen de tijd. Ik was erg trots op ze, ook omdat sommige zelfs verder gingen dan wat ik had gezet in de opdracht. op zoek naar verdwijnpunten zonder een horizon en zulks. Perfect!

Aan het eind hebben ze een dier gekozen. Respectievelijk: Tijger, Leeuw, Giraffe, Vlinder, Mier, Cobra, Slang, Paard, Vogel, Hond, Goudvis, Ezel, Eend, Kat, Pinguïn, Aap, Krokodil, Haai.
Er zijn er een aantal waarvan ik niet weet of het te moeilijk is. Degene met de goudvis, wilde een ronde kom, dus fisheye. Ik heb toegezegd, omdat ik weet dat hij het kan. Ook die van een mier lijkt me erg lastig, hoewel zijzelf denkt dat het appeltje eitje gaat worden.

Ik heb ze nu als huiswerk gegeven dat ze moeten nadenken waar het dier leeft en wat het allemaal ziet.

Doelen voor de volgende les:
Ik wil mezelf de rust geven om ze los te laten.
Ik wil iets meer kunstgeschiedenis loslaten op de leerlingen.
Ik wil een hand-out maken en uitdelen (dit heb ik nog nooit gedaan, dus ik ben benieuwd!)

dinsdag 6 december 2011

Verjaardag: elke dag een feestje

Zoals ik al eerder had beschreven in de vorige blog, werd de CV-les van 1 december voor RS opgeschort, omdat er een jarige in het midden was. Hij werd negentien en als klap op de vuurpeil was het ook nog eens zo dat hij vanaf het volgende jaar niet meer in deze klas zou zitten. Hij wordt overgeplaatst naar een klas waar hij waarschijnlijk iets minder last van... andere invloeden zal hebben.

Echter, de klas zou hem afschuwelijk gaan missen, en daarom werd er iets meer werk in gestoken als normaal. Hij had zelf een slagroomtaart gekocht met zijn eigen gezicht erop, alle tafels gingen in een lange rij door het midden van het lokaal heen, zodat iedereen met elkaar zou kunnen eten. Ook Annemieke, Anouk en ik waren uitgenodigd; het was immers officieel onze les geweest.

De poster die ze eerder deze dag hadden gemaakt, werd aan hem gegeven. Er werd voor hem gezongen. Niet alleen met de hele klas, maar er werden ook door soloartiest-leerlingen opgetreden. De overhead-projector werd effectief gebruikt als speakerset en VJ-apparatuur; er werd volop gedanst.

De Jarige Job wilde dat iedereen danste; een voor een werden de leerlingen -en even later ook de stagiaires- van hun stoelen afgetrokken om te dansen. De wat verlegen leerlingen die ook in de klas voorkomen, pakten hun mobieltjes om iedere beweging op te nemen voor het nageslacht. Ik vond het erg komisch, maar ook beschamend. Aan de ene kant wilde ik meefeesten, maar aan de anderen kant wist ik niet of dit verstandig was. Alles werd immers vastgelegd, dus teveel dansen zou niet al te verstandig zijn.   Dus uiteindelijk ben ik vrij mak wezen dansen. (Daarnaast, ik wilde liever iets alternatievere muziek horen, zoals Modeselektor. De leerlingen draaide veel te... bij gebrek aan beter woord; saaie muziek!)

Over muziek gesproken, het is heel interessant om te zien wat voor een verschillen er zijn in de muziekkeuzes van instroomleerlingen en uitstroomleerlingen. Leerlingen die pas op deze school zijn, luisteren meer naar de muziek van hun eigen land (het Frans-Bauer-niveau is dan hoog), terwijl de uitstroom meer Engelstalige/Amerikaanse muziek luistert. Het lijkt alsof niet alleen in de taal, maar ook in de smaak een enorme verandering plaats vind.

Aan het einde van het feest, net voor vieren, moest alles opgeruimd worden. Dit is natuurlijk heel normaal. Ze hadden een pokkenbende ervan gemaakt. Annemieke en ik besloten de borden af te wassen, de rest zouden ze zelf doen. De Jarige en een andere klasgenoot brachten de borden weg. Jarige-lief stond erop dat hij mee zou helpen met schoonmaken. Met lach en de opdracht dat hij moest gaan kijken of we alle borden hadden meegenomen, kreeg ik hem weer terug bij zijn feestje. Wat grappig dat een leerling, ondanks dat hij druk kan zijn in de klas, toch ook zo'n zoete kant heeft. Maar om nou mee te helpen met afwassen, terwijl er in de restaurantruimte van de Pouwer ook een hypermodern afwasapparaat staat, dat gaat er bij mij niet in.

Meester Jan: een andere aanpak voor CV

'Meester, ik ben mijn mobiel vergeten in de klas.'
Zo begroette een van de leerlingen meester Jan. Hij gaf zijn sleutel aan de de leerling van zijn eigen mentorgroep. Overal om hem heen worden vragen gesteld. 'Meester!' 'Meester!' 'Meester!'
Na een tijdje maant hij de kleine menigte tot rust en beginnen ze gezamelijk. Allereerst vertelt hij dat zijn klas de eerste klas is waarbij alle leerlingen een stage hebben. Hij is helemaal trots op ze en je merkt ook aan de kinderen dat ze zich trots voelen. Daarna kijkt hij even naar de absenten en zijn les kan beginnen.

Evenals Anouk heeft hij zijn les over speelgoed. Ook hij heeft moeite om de leerlingen eerst aan het plan te krijgen, alvorens ze hun projecten uitvoeren. Hij vertelt dat het uiteindelijk de bedoeling is om het speelgoed dat ze maken te "verkopen" aan een andere leraar. De leerlingen gruwelen bij het idee, maar na een kleine discussie leggen ze zich erbij neer. Voor de dingen Plannen, Uitvoeren en Presenteren gedaan zijn, gaan ze niet verder met een andere opdracht, OOK geen youtube.

Sommige leerlingen wilden niet werken, omdat hun co-werker niet aanwezg was. En inderdaad: er waren niet zoveel leerlingen in het lokaal. Meester Jan sprak hen aan op"Zorg dragen voor je eigen spullen". Ook als je partner er niet is, kan je wel verder.

Nadat de start met ietwat rumoer begon, werd het steeds rustiger, totdat het zelfs muisstil werd: iedereen was heel geconcentreerd aan het werk. Iedereen maakt iets anders, en dat is ook te zien in hun materiaalkeuze; iedereen gebruikt ander materiaal.

Wat goed te merken is, is dat ze minder naar de meester komen. Meester Jan had hier ook een antwoord voor: hij spoort ze aan om hun eigen proces te maken. Als ze tegen problemen aanlopen, moeten ze zelf oplossingen zoeken. Dit zijn ze al zo gewend, dat ze vrij zelfstandig aan de slag gaan. Anderzijds proberen ze het zich wel gemakkelijk te maken hierdoor. Bijvoorbeeld de jongen die een bingo-spel ging maken:
'Meester, ik ben klaar!'
'Oh? en waar moet het dan in? Waar is de handleiding? En ik vind het moeilijk te lezen, hoort dat?'
'Ja, maar hoe moet ik dat doen?'
'Verzin het, het is jouw spel!'
Op een gegeven moment kwamen er leerlingen langs van klas RS. Ik vroeg ze wat ze kwamen doen. Een van hun klasgenoten was jarig en ze zouden een feest geven in plaats van de CV-les het laatste uur. Ze waren alleen vergeten een cadeau te kopen voor hem, dus juf Petra had ze verteld dat ze ook zelf iets konden maken. Ze wilden een poster maken waarbij ze allemaal er iets op konden schrijven. Van meester Jan mocht het. De les werd er iets rumoeriger door, maar men bleef doorwerken. Toen de pauze begon, bleef ik werken samen met de leerlingen van RS. Meester Jan en de leerlingen gingen weg.

Het was leuk om te zien hoe anders Meester Jan les geeft in vergelijking met Anouk. Hij is erg afwachtend en laat het initiatief vrijwel geheel vanuit de leerlingen komen. Bij beide leraren ligt het accent van de opdracht op materiaalkeuze, maar je kan merken dat Anouk meer ervaring heeft met hout en andere 3-d materialen, in vergelijking met Meester Jan die meer schildert en druktechnieken hanteert. Bij beiden zijn voor en nadelen te vinden in hun lessen, genoeg om mee te nemen naar mijn eigen lessen.