Ik heb juf Truus benadert over het zien van een van haar lessen. Oorspronkelijk was het mijn idee om te kijken hoe zij omgaat met de klas analfabeten. Echter, dit zijn maar drie leerlingen, en om met twee leraren op drie leerlingen te gaan zitten, is ook weer zo... zwaar. Dus hebben we afgesproken om een andere les te bekijken. Groep RR, die bezig is met het maken van hoeden.
Toen we begonnen, waren we met vier à vijf leerlingen. Langzaam maar zeker kwamen er steeds meer en meer bij, tot aan acht leerlingen. Niet al teveel dus.
Haar opdracht is om een hoed te maken voor een andere leerling van de klas. Ze hebben dus elkaars hoofden opgemeten en zijn met die info, samen met hun idee over die leerling, aan de slag gegaan. Sommige leerlingen waren al klaar. Die leerlingen kregen van truus extra input. Een filmpje waarop een catwalk te zien is van dames en heren die kleding aanhebben die seulement uit afval bestaat. De leerlingen die al klaar waren met hun hoed, keken of ze nog meer konden maken van hun hoed, of als ze daarmee klaar waren, wat ze verder konden doen.
Na de vakantie wil Truus ook zulke pakken maken. Een van de dingen die ik enorm waardeer aan haar, is het feit dat ze ook gewoon aangeeft dat ze het best spannend vind om zo'n groot project te beginnen. Voor haar was het dan ook fijn dat ik kwam observeren, zodat we konden sparren over hoe ze het kan aanpakken.
Zo persoonlijk als ze tegen mij is, zo werkt ze ook. Ze gaat iedereen persoonlijk langs, met ook persoonlijk advies: “Ga je iets doen met vlechten? En wat ga je doen met vlechten? Oké, dan is dat je plan, en hoe ga je dat vastmaken?”
Papier-maché: wordt op het papier gedaan met een kwastje, om er zeer voorzichtig en secuur op gesmeerd te worden.
Er wordt hier aanzienlijk meer in het Arabisch en andere talen gesproken. Hierdoor weten ze ook niet de namen van de materialen:
- “Dat kleurtje in het hout”: een kleurpotlood.
- “Waar is de stapler?”: waar is de nietmachine.
- “Het dingetje in het dingetje”: draad door de naald halen.
Een leerling is aan het tekenen in plaats van aan het maken. Ik vroeg truus waarom:
“Hij heeft zijn hoed al gemaakt, en kijk eens wat een prachtig ding het is geworden.” En inderdaad, zijn hoed springt uit vergeleken met de rest van de hoeden. “Hij kwam naar me toe en vertelde me dat hij zo graag zou willen tekenen. Ik sta het toe. En oké, het is dan natekenen, maar dat zien we even door de vingers. Meestal doen de leerlingen dit dan twee lessen, en dan komen ze weer bij de rest en bij de opdracht.”
Al met al een heel inspirerende les. Niet alleen qua onderwerp (ze zei ook tijdens de afspraak maken 'ik denk dat je deze opdracht ook leuker vind'), maar ook qua aanpak. Ze had niet altijd de touwtjes in handen, maar het persoonlijke contact wat ik bij haar les zag, vond ik heel prettig om te zien. Deze sfeer van ongedwongenheid maakt het ook wel erg prettig om in de klas te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten