donderdag 15 december 2011

Juf Truus: een andere aanpak voor CV

Ik heb juf Truus benadert over het zien van een van haar lessen. Oorspronkelijk was het mijn idee om te kijken hoe zij omgaat met de klas analfabeten. Echter, dit zijn maar drie leerlingen, en om met twee leraren op drie leerlingen te gaan zitten, is ook weer zo... zwaar. Dus hebben we afgesproken om een andere les te bekijken. Groep RR, die bezig is met het maken van hoeden.

Toen we begonnen, waren we met vier à vijf leerlingen. Langzaam maar zeker kwamen er steeds meer en meer bij, tot aan acht leerlingen. Niet al teveel dus.

Haar opdracht is om een hoed te maken voor een andere leerling van de klas. Ze hebben dus elkaars hoofden opgemeten en zijn met die info, samen met hun idee over die leerling, aan de slag gegaan. Sommige leerlingen waren al klaar. Die leerlingen kregen van truus extra input. Een filmpje waarop een catwalk te zien is van dames en heren die kleding aanhebben die seulement uit afval bestaat. De leerlingen die al klaar waren met hun hoed, keken of ze nog meer konden maken van hun hoed, of als ze daarmee klaar waren, wat ze verder konden doen.

Na de vakantie wil Truus ook zulke pakken maken. Een van de dingen die ik enorm waardeer aan haar, is het feit dat ze ook gewoon aangeeft dat ze het best spannend vind om zo'n groot project te beginnen. Voor haar was het dan ook fijn dat ik kwam observeren, zodat we konden sparren over hoe ze het kan aanpakken.

Zo persoonlijk als ze tegen mij is, zo werkt ze ook. Ze gaat iedereen persoonlijk langs, met ook persoonlijk advies: “Ga je iets doen met vlechten? En wat ga je doen met vlechten? Oké, dan is dat je plan, en hoe ga je dat vastmaken?”

Papier-maché: wordt op het papier gedaan met een kwastje, om er zeer voorzichtig en secuur op gesmeerd te worden.

Er wordt hier aanzienlijk meer in het Arabisch en andere talen gesproken. Hierdoor weten ze ook niet de namen van de materialen:
  • “Dat kleurtje in het hout”: een kleurpotlood.
  • “Waar is de stapler?”: waar is de nietmachine.
  • “Het dingetje in het dingetje”: draad door de naald halen.


Een leerling is aan het tekenen in plaats van aan het maken. Ik vroeg truus waarom:
“Hij heeft zijn hoed al gemaakt, en kijk eens wat een prachtig ding het is geworden.” En inderdaad, zijn hoed springt uit vergeleken met de rest van de hoeden. “Hij kwam naar me toe en vertelde me dat hij zo graag zou willen tekenen. Ik sta het toe. En oké, het is dan natekenen, maar dat zien we even door de vingers. Meestal doen de leerlingen dit dan twee lessen, en dan komen ze weer bij de rest en bij de opdracht.”

Al met al een heel inspirerende les. Niet alleen qua onderwerp (ze zei ook tijdens de afspraak maken 'ik denk dat je deze opdracht ook leuker vind'), maar ook qua aanpak. Ze had niet altijd de touwtjes in handen, maar het persoonlijke contact wat ik bij haar les zag, vond ik heel prettig om te zien. Deze sfeer van ongedwongenheid maakt het ook wel erg prettig om in de klas te zijn.

ROC: verbazingwekkend.

Natuurlijk gingen we verkeerd. Naja, de trein ging goed, maar we hadden al lopend natuurlijk een kleine afslag gemist. Niet dat het erg was. Tenminste, niet voor de Hollanders. De lieve leerlingen echter klaagden steen en been dat ze zo lang en zo ver moesten lopen. Maar uiteindelijk kwamen we dan aan.

Op het ROC in Amersfoort kregen de leerlingen die het leuk vonden, een middagje die in het teken stond van de zorg. Ze kregen een presentatie over hoe lang de opleiding duurde, wat ze zouden leren, waarin ze zich konden specialiseren en hoe ze zich kunnen aanmelden. Daarnaast kregen ze ook nog een praktijklesje en uiteindelijk konden ze ook nog de portfolio's van leerlingen, die dezelfde opleiding op dit moment doen,  inkijken.

Er waren twee prachtige punten die ik hier speciaal wil uitlichten. Allereerst de leerlingen van het ROC zelf, die meehielpen, kwamen ook van de ISK af. Ze vlogen meteen Anouk om de hals. Ook de leerlingen werden met enthousiasme begroet; sommigen kenden elkaar. Dit is uiteraard een slimme zet geweest van het ROC. Door dingen en mensen te gebruiken die de leerling herkent, zorg je ervoor dat de leerling het veel leuker zal vinden. Er komt direct een positieve atmosfeer in de klas en het is minder moeilijk om contact te leggen met de leerlingen.

Het andere was de praktijkles. Dit vonden de leerlingen leuk, en dat merkte je. Ze moesten in een kring zitten met achter hun een leerling van het ROC (de begeleidende leraren, Annemieke en ik zaten op een bank aan de andere kant van de klas. Ik op een leuning van de bank, want er was te weinig plaats)
En iedere leerling van het ROC hielp de leerling van het ISK opstaan, alsof het ouderen waren. De ISK-leerlingen waren verbaasd en blij. Ze vonden het heel leuk om het te doen. Ik merkte ook en ze vertelden ook dat de praktijk meer indruk heeft gemaakt dan de theorie.

Een van de leerlingen, de enige jongen van het stel, zei tegen de docente van het ROC dat hij een betere manier had om op te staan. Plotseling stapte hij op mij af, zette zijn linkerarm onder mijn benen, zijn rechterarm onder mijn rug en hij tilde me een centimeter of vier, vijf de lucht in. Ik, niet voorbereid op deze situatie, sloeg uiteraard meteen mijn arm om zijn nek. niet veel later zette hij me weer op mijn zitplaats en kon ik hem weer loslaten. Het was in een tijdsbestek van tien seconden, maar enkele minuten later was ik nog steeds in shock. Het was natuurlijk heel leuk om opgetild te worden door "een chocoladebruine hunk", maar ik had niet verwacht dat de band tussen leraar en leerling zo close was op het ISK.

perspectief: Les animaux dansent dans le safari disco club.

Ik begon de les met de vraag of ze me eng vonden. Het antwoord was nee. De volgende vraag: Waarom zitten jullie dan zo ver weg? Kom eens iets dichterbij!
Nadat ze uiteindelijk dichterbij gingen zitten, heb ik een korte kunstgeschiedenisles gegeven over waar perspectief is begonnen. De Renaissance kwam aan bod en ik heb zowel Atmosferisch perspectief als Analytisch perspectief uitgelegd in de kunsthistorische context. Ze waren vrij verbaasd dat perspectief al zo gruwelijk oud is.

Na dat uitgelegd te hebben, mochten ze aan hun perspectieftekening werken. Dit werd niet door iedereen goed ontvangen.
Niet iedereen begreep de opdracht. Ze snapten niet hoe ze het voor elkaar konden krijgen om vanuit het oogpunt van een dier te tekenen. Als hulp heb ik drie vragen op het bord geschreven: Waar is de horizon? Is het een groot of een klein dier? Waar leeft het dier? Als ze niet wisten wat ze moesten doen, verwees ik ze na het bord. Dan konden ze weer verder. De leerlingen die dan nog steeds niet verder konden, hielp ik specifiek verder op een van deze

Anouk vertelde dat ze ook boekjes had met dieren erin. Die kregen de leerlingen dan ook aangeboden. Zo hebben ze extra houvast in het creatieve proces. Nu sta ik hier erg dubbelzinnig in. Aan de ene kant vind ik het leuk dat ze zo extra geïnspireerd raken, maar ik had het opzoeken van de dieren en de leefomgeving ook als huiswerk opgegeven. Als je je kont brand, moet je op de blaren zitten. En als ze hun huiswerk niet doen, dan moeten ze daarvan de consequenties inzien. Ze zijn niet alleen tussen de 16 en de 19, maar ook nog eens op het niveau van HBO. Ze maken de meest ingewikkelde presentaties, maar wat foto's en info over een dier opzoeken is te moeilijk? Dat kan niet.

Hetzelfde heb ik met het feit als ze niet naar me toe komen omdat ze een probleem hebben en ook niet zelfstandig aan hun probleem werken. Ze hoeven niet naar mij te komen, maar als ze niks hebben, kan ik ook niks beoordelen. Volgende les, de laatste les zal ik kijken of ze echt meer handvaten nodig hebben dan ik had verwacht.

maandag 12 december 2011

De dansvoorstelling: Wat mis je als Nederlander.

Donderdag 8 december zouden we naar een dansvoorstelling gaan. De leerlingen die naar de voorstelling gaan, de R-uitstroom, hebben lessen gehad van een van de dansers. Ze leerden de zaal kennen door middel van contemporaine dans. Dat was niet door iedereen weggelegd.

De dansvoorstelling was een voorstelling die geïnspireerd werd door misstanden in de samenleving, met een duidelijke hang naar de schilderijen van Hiëronymus Bosch.

Meester Jan vroeg aan mij of ik met zijn klas, RP, naar theater kikker wilde gaan. Hij moest namelijk les geven op de Stroyenborchdreef en kon dus niet op tijd zijn om zijn klas te begeleiden. Ik heb uiteindelijk toegezegd. Even later kwam meester Walter met de vraag of ik wist waar theater Kikker was. Natuurlijk weet ik dat, maar ik wist dan niet waar de bushaltes hier in Overvecht waren. Dus zo hadden we een afspraak. Hij zou ons begeleiden naar de bus, en ik zou hun begeleiden naar de Kikker.

Eenmaal daar, moesten we veertig minuten wachten. Nu had ik al gezegd dat we niet om kwart voor twee al moesten verzamelen als de voorstelling om drie uur begon, maar ach, wie luistert er nou naar een stagiair. Ik weet immers niet hoe langzaam al die leerlingen lopen, toch? Helaas voor hun wist ik wel dat het maar een kleine tien minuten lopen is van de stad naar Kikker. Ach. Zo erg is het ook weer niet. Ik had hele leuke gesprekken met leerlingen die niet konden begrijpen dat Nederlanders niet meer geheel volgens de weg van de Bijbel leven. Het is volgens hun een gemis om niet volgens de wegen van God te leven. Daarnaast hadden we het ook over waarom er niet gewoon geld werd bijgedrukt om de crisis tegen te gaan. Al een zwaar onderwerp an sich, laat staan om het uit te leggen aan iemand die de taal niet goed beheerst!

Toen de voorstelling begon, was het vrij rumoerig. De leerlingen hadden eerst nogal moeite met de aard van de dans. De bewegingen straalden een enorme symbolische kracht uit, die versterkt werd door de attributen waarmee ze dansten, maar ondanks het enorme, wat ik 'Le Sacre Du Printemps'-gehalte zou noemen, werden de leerlingen steeds stiller en begonnen steeds geïnteresseerder te raken. Logisch ook. Er kwam een enorme kracht van hun uit, die zowel intrigerend, als beangstigend was.

Je merkt wel dat ze op sommige punten heel anders reageerden dan ik. Toen de dansers Arabische teksten spraken, kwam het voor mij over als een 'toren van Babel'-exotisme. Er lag opeens een extra lading die ik niet begreep. Echter, voor de leerlingen was het lachwekkend. Blijkbaar was de tekst zo grappig, dat sommige leerlingen antwoord gingen geven op de vragen die de dansers stelden in het Arabisch. Ik merkte dat ik dat gedeelte, hoe hun het zien, compleet heb gemist. Aan de ene kant frustrerend, maar aan de andere kant ook heel bijzonder. Hoe toch een taal-en-cultuurverschil zoveel uit kan maken.

Gedicht illustreren: Lesblok 3

Voordat de leerlingen het klaslokaal binnen kwamen op 6 december, had ik alle posters opgehangen. Mijn doel was om met ze rond te gaan lopen, om te kijken wat goed was en wat niet goed was. Zo keken ze naar wat ze mooi vonden, en wat ze dus konden gebruiken van anderen. Leerlingen die het goed hadden gedaan, maar onzeker zijn (en dat zijn er veel), kregen ook zo via anderen wat veren in hun reet gestopt. Perfect voor het begin van de les.

Toen we bezig gingen met de opdracht, viel me op dat er toch een groot aantal leerlingen niet tevreden was. Leerlingen die bezig waren met sterren, wilden opeens hartjes. Alles moest anders en alles moest op een nieuw blad. Ik heb meerdere alternatieven gegeven, maar ze waren onverzettelijk. De optie om een nieuw blad te pakken, heb ik verboden; de voorraad papieren zijn niet oneindig, ze moeten maar leren zuinig om te gaan met papier. Het gangbare idee is "goed gejat is beter dan slecht gedacht". Jammer maar helaas.

Gelukkigerwijze is de groep Somaliërs iets minder aan het praten in het Somalisch. Waarschijnlijk doen ze het stiekem als ik niet luister. Ik heb met een grapje en interesse geprobeerd hun duidelijk te maken dat Somalisch wel mooi is, maar niet goed in de klas. Dit deed ik door middel van de tekst: "waar ging dat over? Oh, dus het was een grapje, kan je het grapje ook aan mij vertellen? Ik ben dol op grapjes!" Ze voelden zich zo... aangetast in hun taal, dat ze daarna weinig tot geen Somalisch hebben gepraat.

Hoewel ik de weg open had voor collages en verf, gebruikten ze deze niet. Erg jammer. Dit komt waarschijnlijk omdat ik deze materialen niet heb aangereikt, maar wel heb aangekaart als optie. Misschien dat gemakzucht ervoor heeft gezorgd dat ze gingen tekenen met potlood en pen (hoewel het behoorlijk tijdrovend van ze is om grote vlakken in te vullen met pen)

Wat minder goed gaat, is het opruimen. Ik heb hier al met Anouk over gesproken. Het is heel moeilijk voor ze om de dopjes op de pennen te stoppen. Laten we vooropstellen, dergelijke zaken zijn ook heel tijdrovend en moeilijk voor ze, het kost immers heel heel heel veel hersenkracht om te zien waar in de kast de doos met potloden hoort te staan.

Dinsdag de 13e gaan ze het presenteren. Dat betekent dat ze nog een driekwartier hebben om alles af te maken, en daarna gaan ze het voordragen. Ik heb als idee dat ze hun gedicht gaan voorlezen en hun poster laten zien. Dat ze aan de hand van hun gedicht de poster kunnen uitleggen: Waarom heb je voor deze plaatjes gekozen.

De dingen waar ik op ga letten volgende les:
Hoe kan ik kort en bondig de les beginnen
Hoe zorg ik ervoor dat ik ze goed laat opruimen
Hoe leg ik hun uit wat ze moeten presenteren

donderdag 8 december 2011

Sinterklaas II

Er zijn veel foto's gemaakt van het feest, zowel door de leraren als door de leerlingen. Als rol had ik de 'Zeurpiet', wat meer gelach bracht bij de leraren dan bij de leerlingen. Blijkbaar zat ik zo goed in mijn rol dat de goedheilige in het begin maar lastig in zijn rol kon blijven. Daar ik geen foto's wil neerzetten die de privacy van de leerlingen kan schaden, heb ik maar een vijftal foto's geselecteerd als impressie.






Perspectief: Allez-hôp, naar buiten!

Dan denk je dat je nu goed voorbereid bent.
Dus ik kom aan op de ISK, pak een kopje Espreschoc, kom het lokaal binnen, ga zitten. Het was de les van RD. De bel gaat, de deur gaat open, en opeens stromen er allemaal leerlingen van RU binnen. Wat ze hier doen? O ja, roosterwijzigingen. Annemieke keek me met een grote grijns aan; 'je denkt toch niet dat ik je rooster ben, of wel?'
Nou, ach, geeft niet. Laat me even mijn kopje cafeïne opdrinken, en het lukt me wel!
Anouk zou eerst nog even wat vertellen over haar reis naar Rome. Het werd een semi-kunsteducatieve, semi-ervaringsgerichte presentatie met eigengemaakte foto's en een heus filmpje over hoe het Amphitheatrum Flavium gebouwd is. Nadat haar deel over was, pakte ik gauw nog even twee punten mee. Hoe "als het colosseum overeind blijft, blijft Rome overeind. Als Rome valt, dan valt de wereld" ook in deze tijd geplaatst kon worden aan de hand van de Economische crisis. En ook hoe het Amfitheater eigenlijk hetzelfde is als een televisie. Het fijne aan RU is, dat ze verstandig en leergierig zijn. Ik merkte dat het hen boeide. De leerlingen gingen er openlijk in mee en stelden vragen waar nodig.

Ik had de vorige les geleerd dat het niet verstandig is om zelf de papieren uit te delen, omdat ze dan onrustig worden. Daarom liet ik het nu door hunzelf uitdelen. Dit voelde goed.

Op het bord tekende ik weer de horizon met een kubusvormig figuur in eenpuntsperspectief. Daarna zette ik een stip op het bord, om het tweede verdwijnpunt te tekenen. Één leerling, overmoedig, wilde het wel weer kloppend maken. Dit lukte hem niet. De tweede leerling deed het wel goed. Ze haalden hun kennis op. Ik tekende de kubus goed, en liet weer een leerling naar voren komen, deze keer om er een mens neer te zetten. Dat was om te kijken of ze zich nog herinnerde dat de horizon op ooghoogte is. Gelukkig wist een andere leerlinge het wel.

Evenals de vorige les, liet ik ze alles meetekenen. Mijn doel is hiermee dat ze een houvast hebben om te gebruiken als ze het niet meer goed weten.

Ik ging naar het perspectief van dieren. Ik probeerde hun uit te leggen waar het perspectief van een kikker zou zijn  en dat van een vogel. En ook waarom dat verschilt van die van een mens. Dat vonden ze dan weer lastig. Improviserend, vertelde ik dat ze op de grond moesten gaan zitten. Drie dames zeiden nee, de rest deed het wel. Ik vroeg ze om hun heen te kijken en daarna weer op te staan. Ze stonden helemaal perplex. Ik vroeg aan een meisje of ze zag hoe de horizon veranderde. Dat zag ze. Dat koppelde ik weer terug aan het bord. Ze begrepen het beter.

Ik had ze een buitenopdracht beloofd en die kwam er ook. Ik zette ze in groepjes, waarbij ze verschillende hoogtes van de horizon moesten zoeken. Ook moesten ze kijken of ze eenpuntsperspectief en tweepuntsperspectief konden vinden. Deze moesten ze fotograferen en daar kregen ze vijftien minuten voor. Het leek alsof ik ze naar buiten moest schoppen. Enerzijds wilden ze graag een buitenopdracht, anderzijds was er geen beweging in te krijgen om ze buiten te krijgen. En van het een op het andere moment gingen ze gezamenlijk weg en hoefde ik niks meer te doen.

Toen ik eindelijk alleen was, was ik nog in een tweestrijd. Ik wilde ze een dier laten kiezen, maar ik was bang dat ze allemaal hetzelfde zouden kiezen. Dus aan de andere kant wilde ik het zelf doen. Uiteindelijk kwam er met de hulp van Anouk een middenweg. Iedereen zou vertellen wat hun dier was, en dan zorg je er gewoon voor dat geen enkel dier twee keer gekozen wordt.

Toen ze terug kwamen, lieten ze individueel hun perspectieffoto's zien. Ze hadden goed hun best gedaan, en ook nog eens netjes binnen de tijd. Ik was erg trots op ze, ook omdat sommige zelfs verder gingen dan wat ik had gezet in de opdracht. op zoek naar verdwijnpunten zonder een horizon en zulks. Perfect!

Aan het eind hebben ze een dier gekozen. Respectievelijk: Tijger, Leeuw, Giraffe, Vlinder, Mier, Cobra, Slang, Paard, Vogel, Hond, Goudvis, Ezel, Eend, Kat, Pinguïn, Aap, Krokodil, Haai.
Er zijn er een aantal waarvan ik niet weet of het te moeilijk is. Degene met de goudvis, wilde een ronde kom, dus fisheye. Ik heb toegezegd, omdat ik weet dat hij het kan. Ook die van een mier lijkt me erg lastig, hoewel zijzelf denkt dat het appeltje eitje gaat worden.

Ik heb ze nu als huiswerk gegeven dat ze moeten nadenken waar het dier leeft en wat het allemaal ziet.

Doelen voor de volgende les:
Ik wil mezelf de rust geven om ze los te laten.
Ik wil iets meer kunstgeschiedenis loslaten op de leerlingen.
Ik wil een hand-out maken en uitdelen (dit heb ik nog nooit gedaan, dus ik ben benieuwd!)

dinsdag 6 december 2011

Verjaardag: elke dag een feestje

Zoals ik al eerder had beschreven in de vorige blog, werd de CV-les van 1 december voor RS opgeschort, omdat er een jarige in het midden was. Hij werd negentien en als klap op de vuurpeil was het ook nog eens zo dat hij vanaf het volgende jaar niet meer in deze klas zou zitten. Hij wordt overgeplaatst naar een klas waar hij waarschijnlijk iets minder last van... andere invloeden zal hebben.

Echter, de klas zou hem afschuwelijk gaan missen, en daarom werd er iets meer werk in gestoken als normaal. Hij had zelf een slagroomtaart gekocht met zijn eigen gezicht erop, alle tafels gingen in een lange rij door het midden van het lokaal heen, zodat iedereen met elkaar zou kunnen eten. Ook Annemieke, Anouk en ik waren uitgenodigd; het was immers officieel onze les geweest.

De poster die ze eerder deze dag hadden gemaakt, werd aan hem gegeven. Er werd voor hem gezongen. Niet alleen met de hele klas, maar er werden ook door soloartiest-leerlingen opgetreden. De overhead-projector werd effectief gebruikt als speakerset en VJ-apparatuur; er werd volop gedanst.

De Jarige Job wilde dat iedereen danste; een voor een werden de leerlingen -en even later ook de stagiaires- van hun stoelen afgetrokken om te dansen. De wat verlegen leerlingen die ook in de klas voorkomen, pakten hun mobieltjes om iedere beweging op te nemen voor het nageslacht. Ik vond het erg komisch, maar ook beschamend. Aan de ene kant wilde ik meefeesten, maar aan de anderen kant wist ik niet of dit verstandig was. Alles werd immers vastgelegd, dus teveel dansen zou niet al te verstandig zijn.   Dus uiteindelijk ben ik vrij mak wezen dansen. (Daarnaast, ik wilde liever iets alternatievere muziek horen, zoals Modeselektor. De leerlingen draaide veel te... bij gebrek aan beter woord; saaie muziek!)

Over muziek gesproken, het is heel interessant om te zien wat voor een verschillen er zijn in de muziekkeuzes van instroomleerlingen en uitstroomleerlingen. Leerlingen die pas op deze school zijn, luisteren meer naar de muziek van hun eigen land (het Frans-Bauer-niveau is dan hoog), terwijl de uitstroom meer Engelstalige/Amerikaanse muziek luistert. Het lijkt alsof niet alleen in de taal, maar ook in de smaak een enorme verandering plaats vind.

Aan het einde van het feest, net voor vieren, moest alles opgeruimd worden. Dit is natuurlijk heel normaal. Ze hadden een pokkenbende ervan gemaakt. Annemieke en ik besloten de borden af te wassen, de rest zouden ze zelf doen. De Jarige en een andere klasgenoot brachten de borden weg. Jarige-lief stond erop dat hij mee zou helpen met schoonmaken. Met lach en de opdracht dat hij moest gaan kijken of we alle borden hadden meegenomen, kreeg ik hem weer terug bij zijn feestje. Wat grappig dat een leerling, ondanks dat hij druk kan zijn in de klas, toch ook zo'n zoete kant heeft. Maar om nou mee te helpen met afwassen, terwijl er in de restaurantruimte van de Pouwer ook een hypermodern afwasapparaat staat, dat gaat er bij mij niet in.

Meester Jan: een andere aanpak voor CV

'Meester, ik ben mijn mobiel vergeten in de klas.'
Zo begroette een van de leerlingen meester Jan. Hij gaf zijn sleutel aan de de leerling van zijn eigen mentorgroep. Overal om hem heen worden vragen gesteld. 'Meester!' 'Meester!' 'Meester!'
Na een tijdje maant hij de kleine menigte tot rust en beginnen ze gezamelijk. Allereerst vertelt hij dat zijn klas de eerste klas is waarbij alle leerlingen een stage hebben. Hij is helemaal trots op ze en je merkt ook aan de kinderen dat ze zich trots voelen. Daarna kijkt hij even naar de absenten en zijn les kan beginnen.

Evenals Anouk heeft hij zijn les over speelgoed. Ook hij heeft moeite om de leerlingen eerst aan het plan te krijgen, alvorens ze hun projecten uitvoeren. Hij vertelt dat het uiteindelijk de bedoeling is om het speelgoed dat ze maken te "verkopen" aan een andere leraar. De leerlingen gruwelen bij het idee, maar na een kleine discussie leggen ze zich erbij neer. Voor de dingen Plannen, Uitvoeren en Presenteren gedaan zijn, gaan ze niet verder met een andere opdracht, OOK geen youtube.

Sommige leerlingen wilden niet werken, omdat hun co-werker niet aanwezg was. En inderdaad: er waren niet zoveel leerlingen in het lokaal. Meester Jan sprak hen aan op"Zorg dragen voor je eigen spullen". Ook als je partner er niet is, kan je wel verder.

Nadat de start met ietwat rumoer begon, werd het steeds rustiger, totdat het zelfs muisstil werd: iedereen was heel geconcentreerd aan het werk. Iedereen maakt iets anders, en dat is ook te zien in hun materiaalkeuze; iedereen gebruikt ander materiaal.

Wat goed te merken is, is dat ze minder naar de meester komen. Meester Jan had hier ook een antwoord voor: hij spoort ze aan om hun eigen proces te maken. Als ze tegen problemen aanlopen, moeten ze zelf oplossingen zoeken. Dit zijn ze al zo gewend, dat ze vrij zelfstandig aan de slag gaan. Anderzijds proberen ze het zich wel gemakkelijk te maken hierdoor. Bijvoorbeeld de jongen die een bingo-spel ging maken:
'Meester, ik ben klaar!'
'Oh? en waar moet het dan in? Waar is de handleiding? En ik vind het moeilijk te lezen, hoort dat?'
'Ja, maar hoe moet ik dat doen?'
'Verzin het, het is jouw spel!'
Op een gegeven moment kwamen er leerlingen langs van klas RS. Ik vroeg ze wat ze kwamen doen. Een van hun klasgenoten was jarig en ze zouden een feest geven in plaats van de CV-les het laatste uur. Ze waren alleen vergeten een cadeau te kopen voor hem, dus juf Petra had ze verteld dat ze ook zelf iets konden maken. Ze wilden een poster maken waarbij ze allemaal er iets op konden schrijven. Van meester Jan mocht het. De les werd er iets rumoeriger door, maar men bleef doorwerken. Toen de pauze begon, bleef ik werken samen met de leerlingen van RS. Meester Jan en de leerlingen gingen weg.

Het was leuk om te zien hoe anders Meester Jan les geeft in vergelijking met Anouk. Hij is erg afwachtend en laat het initiatief vrijwel geheel vanuit de leerlingen komen. Bij beide leraren ligt het accent van de opdracht op materiaalkeuze, maar je kan merken dat Anouk meer ervaring heeft met hout en andere 3-d materialen, in vergelijking met Meester Jan die meer schildert en druktechnieken hanteert. Bij beiden zijn voor en nadelen te vinden in hun lessen, genoeg om mee te nemen naar mijn eigen lessen.

woensdag 30 november 2011

Gedicht illustreren: Lesblok 2

Zonder prezi kwam ik de les binnen zetten. Ik had een grotere voorbereidingstijd genomen en dat pakte uit: alles was klaar toen de leerlingen binnen kwamen. Ik had de tafels in groepjes van vier gezet. Vlak bij elkaar en vlak bij het bord. Het viel me op hoe een van de leerlingen aan de tafel helemaal achterin wilde gaan zitten. Gelukkig kwam hij dichterbij toen ik zei 'dat ik niet heel hard wil schreeuwen om me verstaanbaar te maken.'

Eerst heb ik herhaald wat we de vorige keer hebben gedaan. Daarna gevraagd wat we vandaag gingen doen. Een jongen wist wel iets te vertellen, maar het was niet het goede verhaal. Dus ik nam het weer van hem over en vertelde wat het wel was. Ze zouden een van de schetsen uit gaan kiezen en deze uitvergroten. Ik heb gezegd dat bij een gedicht, de tekst het belangrijkst is en dat die ook goed te zien moet zijn. Ik heb ze uitgelegd over lettermallen, over collage en dat ze ook hun eigen handschrift kunnen gebruiken. Toen ze de lettermallen zagen, glommen hun ogen al.

Als allerlaatst heb ik ze ook een stuk van "De Zee" van Frederique Spigt laten horen. Een van de meiden had goed gehoord dat naast een liedje, dit ook een gedicht was dat over Nederland ging. Ik vertelde hun dat tijdens de presentaties, over een paar lessen, ze ook moeten letten op hoe ze hun gedicht voorlezen. Een gedicht is immers meer dan alleen een stuk tekst.

De twee die een les hebben gemist, heb ik verteld wat ze moesten doen. Ze hebben alles enorm snel ingehaald; aan het eind van de les waren ze bijna op gelijke voet met de rest van de leerlingen.

De les verliep wel goed. De leerlingen hadden voornamelijk moeite met de verhoudingen. Als ze ergens iets in wilden schrijven, hadden ze meestal meer ruimte nodig dan ze hadden verwacht. Een ander probleem is dat ze heel veel bevestiging vragen, wat absoluut niet nodig is.

Er zijn vier Somalische jongens in RO. Ze klitten altijd samen en praten dan in het Somalisch. En ja, natuurlijk, als ze er op worden aangesproken, dan praten ze vier minuten geen Somalisch, maar niet veel later betrap je ze er toch weer op. Op een bepaald moment was ik het zat en heb gezegd dat als ze ermee doorgaan, ik ze uit elkaar zet.
Een van de jongens reageerde erop: 'Maar we praten helemaal geen Somalisch!'
'O nee?', antwoordde ik, 'wat was dat dan een minuut geleden?'
Hierop hield hij wijselijk zijn mond.

Een minuut later hoorde ik een vaag gebrabbel achter me. Somalisch. Ik vroeg of ik niet duidelijk was geweest. Het hield meteen op. Ik heb besloten om me hier zeer streng aan te houden. Ik vind een beetje Somalisch niet erg, maar dit loopt de spuigaten uit. Ik wil niet hebben dat ze zich als een aparte groep gaan zien, ze moeten communiceren naar de klas toe. En ze moeten niet denken dat ik er niks van zal zeggen, omdat ik een "vriendelijke stagiaire" ben.

Er is enorm hard gewerkt, en ik denk ook wel dat ze veel plezier hebben gehad aan het werken. Ze hebben, naast mij vragen te stellen, ook eigenhandig oplossingen gevonden. Ik voelde me echt meer een begeleider als een leraar; iemand die erbij zit en af en toe een beetje stuurt, om de leerlingen zelf verder te laten werken.

Aandachtspunten van de volgende les:
- Ik ga mijn houding verbeteren. Ik weet dat ik er al mee bezig ben, maar ik wil nog meer grip erop hebben.
- Ik wil echt dat "Groep Somalia" meer Nederlands gaat praten. Daar wil ik strenger op letten.
- Ik wil meer complimenten geven. Ze doen het erg goed, maar ik weet niet of ik het ook laat merken.
- Ik wil meer gaan zitten. Dat de leerlingen naar mij toe komen in plaats van ik naar hun. (of is het hen? ik weet het niet meer)

Alle tips en ideeën zijn welkom!

dinsdag 29 november 2011

Perspectief: Een warrig begin

Ja. Ik moet toegeven, ik was niet wakker. Dit weekend moest ik twee dagen achter elkaar werken, wat toch echt iets teveel is, als je op de donderdag én vrijdag uit bent geweest. Het was het overigens wel waard, hoor. 

In ieder geval, toen Anouk klaar was met het laten zien van de foto's van de vakantie, zei ze dat ze even naar boven ging om de nieuwe opdracht voor RU uit te printen. Die zou ze na de presentaties uitdelen. 
Het misverstand was van beide kanten; zij was vergeten dat ik RU over zou nemen en ik had niet verwacht dat ik na de presentaties al zou beginnen.

Heel gauw bedacht ik een plan. Ik zou na de presentaties éénpuntsperspectief herhalen met de leerlingen en daarna zouden we naar buiten gaan om te kijken of we in de wereld de horizon en perspectieflijnen kunnen vinden.

Na de presentaties had ik nog een half uur de tijd. De leerlingen waren druk en helemaal hyper van al die informatie die ze al binnen hadden gekregen. In mijn ogen deden ze niet goed mee. Dat is helemaal niet waar. Als ik hun papieren terug zie, hebben ze heel erg goed meegedaan zelfs. Ze waren gewoon luidruchtig, en dat irriteerde mij als vermoeid persoon.

Doordat het zo druk was (en ik dat niet leuk vond) heb ik meerdere manieren geprobeerd om het stil te krijgen:
  • Stemverheffing: dit onder een hoop luidruchtige bewondering. Ze hadden niet verwacht dat ik hard kon praten. Immers, ik kom 'altijd' zo lief en vriendelijk over.
  • Zelf stil vallen: Werkt af en toe, voornamelijk als ze het merken. Als ze het niet opmerken, kan je een hele lange tijd wachten
  • Verwijt maken: 'ja, ik denk dat ik ook maar ga zitten. Jullie letten toch niet op.' Dat maakte ze wel alert op hun gedrag en werden ze stil.
  • Iemand aanspreken: omdat ik de namen wel redelijk ken, kan ik gemakkelijk iemand noemen waarvan ik vind dat diegene op moet letten. Niet alleen diegene, maar ook zijn (in dit geval haar) omgeving gaat dan beter opletten
Een van de dingen die ik niet heb geprobeerd, is heel zacht praten. Ik denk dat dit ook wel kan werken, dus dat wordt mijn volgende experiment.

De momenten dat ze stil waren, heb ik gebruikt om ze dingen uit te leggen. Ik heb de kubus en de piramide uitgelegd. Ik wilde ook de cilinder uitleggen, maar ik zag dat het teveel gevraagd was om ook nog dat uit te leggen. Hun spanningsboog is erg lang, maar zo lang ook weer niet.

De meeste hadden het al eens eerder gehad, dus ik vroeg ook dingen aan de klas. Zo vonden ze  het heel makkelijk te vertellen wat de horizon is, en aan de tekeningen te zien, begrepen ze ook wat de bedoeling was met perspectieflijnen. toen ik een piramidevorm tekende als dak, vonden ze dat wel weer moeilijk; dat hadden ze nog niet gedaan. 

Het fijnste was misschien wel dat een jongen de hele tijd "aaah zo!" zat te roepen. Hij begreep het niet vorig jaar, en hoewel ik ervan uit ga dat hij niet geheel oprecht was, gaf het me wel een boost.

Ik heb ze de laatste tien minuten vrij gegeven. Eigenlijk dacht ik dat het nog maar vijf minuten was, maar ik had het rooster weer eens niet goed in mijn hoofd. Ik heb ze beloofd dat we de volgende keer alsnog naar buiten gaan. Dan heb ik ook meer tijd om daar een leuke opdracht bij te verzinnen. In die tijd heb ik nog heel even gepraat met de leerlingen. 

Het was een rommelige les, maar ik heb wel enorm veel geleerd en daar gaat het uiteindelijk om.

maandag 28 november 2011

Zwemles: Hetzelfde publiek in andere situaties

Donderdag zou Anouk naar Rome gaan. Dat zou betekenen dat ik en Annemiek samen met meester Jan klas RS les zouden gaan geven. Omdat meester Jan zo anders les geeft dan Anouk, vonden we het ook wel interessant om hem les te zien geven in een van zijn groepen. Dat zou het derde en vierde lesuur zijn.

Echter, het zou voor mij anders lopen dan gepland. Toen we onszelf genesteld hadden in de docentenwerkruimte, kwam opeens Anouk aanzetten met een nieuwe mededeling.

De leerlingen hebben vandaag zwemles. Normaal gesproken zou er naast de sportleraar ook een docente meegaan, maar die is helaas ziek. We hebben al meerdere vrouwelijke stagiaires geprobeerd, maar die kunnen allemaal niet. Ook Annemieke moet zometeen les geven aan RD, dus dat gaat ook niet door. Leo, zou jij misschien kunnen?
Op dat moment, stond ik best wel perplex. Ik had pas op het laatste moment dat dit gesprek voornamelijk aan mij gericht was. Daarvoor dacht ik dat het opging voor Annemieke, ondanks dat ik ook wel wist dat ze helemaal niet kon. Nu weet iedereen dat ik een schurfthekel heb aan sport. Dat schuif ik immers niet onder stoelen of banken. Maar het zou wel een enorme goede ervaring zijn om de leerlingen te zien op een andere plek dan op school. Dus deels terugdenkend aan de effecten die de excursie van een paar weken terug, stemde ik in met het plan.

De leerlingen zouden in shifts naar het zwembad De Kwakel gaan. Allereerst klas RT met RS, dan de tweede met RU en RP, en de laatste met RO, met nog twee R-klassen. Dus elke keer zouden er leerlingen zijn die ik ken of persoonlijk les geef. Parfaitement, non?

Ik was absoluut niet gekleed voor de stomende hitte van de zwembaden. Ik had minstens 3 lagen kleding aan toen ik het zwembad met de eerste groep leerlingen. (Ik fietste mee met leerlingen van RT, die ik wel bleek te kennen, omdat ik hun presentatie over het rode kruis van had bijgewoond. Wat is de wereld toch klein!) Terwijl iedereen zat te zeuren over de kou, was ik aan het miepen over de hitte, tot groot plezier van de sportdocent.

Er is een enorm verschil aan zwemtalent in de klassen. De ene leerling bakt er niks van en is bang voor water, terwijl de ander een salto maakt terwijl hij in het diepe duikt. Een meisje lag als een boeddha op haar rug in het water, en spetterde af en toe met haar benen om vooruit te komen. Een jongen probeert steeds ver te springen tijdens het duiken, waardoor hij steeds plat op zijn buik terecht komt.

Naast het kijken en ingrijpen als er iets fout mocht gaan, had ik alleen de taak om ervoor te zorgen dat de dames zonder al teveel rumoer zich omkleden. Dit klinkt natuurlijk direct als een culture clash. En ja, er werd vaak gezegd: maar meester, je bent helemaal geen meisje. Daarop antwoordde ik dan droog: klopt, maar ik ga niet spieken hoor. En na wat gelach was het probleem dan ook over. Over Culture clashes gesproken, het aantal hoofddoekjes was aanzienlijk lager. Ik heb een aantal van de meiden gezien met hun haren los in het water, een prachtig gezicht. Ze lijken opeens een stuk anders. Maar de "goede" islamitische dame zorgde er wel voor dat de hoofddoek plaats maakte voor de badmuts.

Een van de dingen waar ik ook bang voor was, naast dat de meiden boos zouden kunnen worden dat ik hun prachtige haartjes kon zien, was dat ik de mannen en dames toch een stuk bloter zou aanschouwen dan dat ik normaliter doe. Ik kan over het algemeen school van mijn privéhuishouden scheiden, maar iedereen weet dat het lichaam niet altijd doet wat het hoofd zegt. Natuurlijk had ik me geen zorgen hoeven maken. Hoe bijzonder het ook was om de leerlingen op deze manier te zien, verder liet het me allemaal koud. De badmeester was natuurlijk ook veel leuker in dat opzicht!

Wat me ook opviel, was dat de leerlingen voor de badmeesters precies hetzelfde zijn tijdens het zwemmen als voor mij in de CV klas. Zo sprak een badmeester over een jongen als "daar houd ik altijd een extra oogje bij in het zeil", precies zoals wij hem ook behandelen. Zo zie je maar weer, alle leraren spreken dezelfde taal. Anderzijds maakte ik ze juist heel anders mee, misschien omdat ik niet in dezelfde rol voor hun stond en daardoor een vrijere houding kon aannemen.

En ondanks dat ik normaal al een vrij open houding aanneem in de klas, merkte ik dat ik ook nu weer een hechtere band kreeg, bijvoorbeeld met RS (waar ik voorheen wat minder goede contacten mee kon leggen). Ook kreeg ik eindelijk een leerlinge te zien van RU, die normaal altijd stage heeft tijdens de CV-lessen. Contact leggen is geen noodzaak, maar vind ik wel enorm belangrijk als docent zijnde. Daar kreeg ik weer genoeg tijd voor, zonder de les van de badmeester te verstoren.

Het enige nadeel van het zwembadbezoek was eigenlijk dat je zo enorm rozig wordt van al die warme chloordampen. Voor de rest was het een ervaring die ik graag weer overnieuw doe!

Heb je facebook: Houd je privé en zakelijk gescheiden?

Tijdens een van de lessen van Leren 2, kreeg "Joef Annmiek" de vraag of ze facebook had. Een van de jongens was daar nieuwsgierig naar. Meteen richtte het meisje van Sri Lanka zich op en riep hetzelfde naar mij toe. Ik bevestigde. 'Natuurlijk heb ik facebook, ik leef niet onder een steen, of wel'. Ze moest lachen en wilde verder vragen, maar kreeg de kans niet. Een jongen wilde het ook weten.
'Meester, mag ik u na de les iets vragen?'
'Kan het ook nu?'
Hij keek rond en vroeg verder: 'Het gaat over facebook.'
'Oh,' antwoordde ik, 'snap je facebook niet?'
'Nee, nee, dat is het niet meester. Mag ik je facebook?'
'Nee.'
'Waarom niet?'
'Nou, er staan hele rare plaatjes op, en die wil ik jou niet laten zien.'
De jongen moest lachen en ging weer aan zijn werk.

Nu is het deels ook echt waar. Ik heb absurd vreemde plaatjes op mijn facebook. Van afgeschoten beesten, rare piercings en deprimerende grapjes. Maar ook van mezelf op feestjes waar de meeste mensen niet zouden durven komen. Nu heb ik mijn facebookpagina al afgeschermd voor de onbekende mensheid toen ik aan deze stage begon, speciaal ook omdat ik niet wil dat mijn leerlingen me zo zien. Ik durf een heleboel te vertellen over mijn privéleven, maar ik wil ook zelf in de hand houden wat ik precies zeg en wat niet.

woensdag 23 november 2011

Sinterklaas I: Hoe de gemoederen hoog op kunnen lopen

Op 22 november hadden we ook nog een mentorles. Rob en Anouk wilden het hebben over maandag 5 december: Sinterklaas komt naar de ISK! Sommige leerlingen wisten nog vrij weinig van sinterklaas, anderen wisten Best wel wat. Bij de vraag "waarom is zwarte piet zwart" kwam het antwoord dat misschien de mensen heel arm arm waren, en sinterklaas ze uit Afrika haalde voor werk. Dat de pieten door de schoorsteen (wat is schoorsteen meester?) kwamen, hadden ze niet verwacht.

Lieve lezer, nu gaat het mij uiteraard niet alleen om dit. Het is voor u natuurlijk hartstikke leuk om te lezen hoe de leerlingen lootjes trekken en samen beslissen wat ze allemaal die dag willen doen. Het enige wat ik daar nog over wil vertellen, is dat ik het jammer vind dat ik daar niet bij aanwezig kan zijn. Maar gelukkig mag ik iets anders leuks doen: ik mag zwarte piet zijn!

Wat gebeurde deze mentorles heeft te maken een meisje met een prachtige heldergele hoofddoek. Haar hoofd klapte opeens naar links, haar lichaam leunde naar rechts en viel al wapperend op de grond. De hele klas viel meteen stil. Anouk en Rob liepen meteen naar haar toe. Rob legde uit dat hij de dag ervoor van haar heeft vernomen dat zij vaak last heeft van epileptische aanvallen. Door stress kan ze plots dergelijke dingen doen. Ze heeft dat ook gehad op haar vorige school.

Anouk ging direct over op actie, als EHBO-superspecialist zijnde. Ze haalde een kussen, legde haar op haar zij en probeerde haar weer wakker te maken. Ze checkte ook of de leerlinge nog adem haalde en of haar hartslag nog klopte. Zowel de kinderen als ik waren behoorlijk geschokt, maar wel stil. We waren, als het ware, aan de grond genageld.

Toen de leerlinge weer bij kwam, liep Anouk weg met deze leerlinge (ze wilde niet in het lokaal blijven, Anouk lette op haar, dat ze niet weer flauw zou vallen). Ook Rob was even weg, met een man die er ook was bij geroepen. Annemiek en ik waren samen met 9 a 10 muisstille leerlingen in één lokaal. Ik had het idee dat, als we het niet zouden bespreken, de leerlingen angstiger zouden worden dan dat nodig was. Dus ik trok de stoute schoenen aan en ging op een krukje vooraan de klas zitten en begon.

Allereerst vroeg ik wat ze er van vonden. Eng, antwoordde de leerlingen. Ik vertelde dat het niet vreemd was en dat ik het ook eng vond. Maar dat het goed ging met haar en dat ze ook zelf gezien hadden dat ze weer gewoon kon lopen. Ik vertelde wat ik wist over epilepsie, en wat er gebeurde in het hoofd. Rob kwam toen de klas in gelopen en nam het stokje over. Hij vertelde dat het vreemd was, dat de leerlinge zomaar viel, maar dat het iets was dat door de hersenen bepaald is. Net zoals haarkleur en flaporen. Ze heeft er zelf niet voor gekozen, het is nou eenmaal zo. En dat het voor de leerlinge nu normaal is geworden.

Toen hij dit vertelde, werden de leerlingen ook rustiger. En even later probeerden ze weer de draad op te pakken, wat ook goed lukte.

Op momenten als deze, voel je je machteloos. Ik helemaal, want ik wilde heel graag iets doen, maar ik wist niet precies wat. Ik denk dat ik me uiteindelijk over de groep heb ontfermd, niet alleen omdat mijn moederlijke gevoelens opspeelde, maar ook omdat ik voelde dat ik de rest van de tijd, bij gebrek aan betere uitleg, te weinig had gedaan. Ik denk dat ik goed heb gehandeld, maar als u als lezer iets anders vind, dan wil ik daar graag over discussiëren.

dinsdag 22 november 2011

Gedicht illustreren: Lesblok 1

Nadat ik gisteren zo trots mijn powerpoint was, bleek het toch niet al te verstandig te zijn deze te gebruiken. In het lokaal zelf was namelijk geen beamer (kreeg ik te horen van Anouk, wat slecht van me om het niet eerder te checken), waardoor ik halsoverkop een ander lokaal moest charteren.

Terwijl ik nog de powerpoint (tevergeefs) op de beamer probeerde te krijgen, kwam er al een jongen naar me toe. Hij vertelde dat zijn pen en gedicht waren gestolen. Als ze werden geleend, vond hij het niet erg, maar dan hadden ze het moeten vertellen. Ik zei, terwijl ik nog bezig was met de powerpoint, dat ik het erover zou hebben met de klas. Hij voelde zich niet gehoord, denk ik, maar hij kwam naar mijn gevoel ook op het verkeerde moment.

Toen het scherm meerdere minuten nodig bleek te hebben, begon ik eerst met een deel waar ik geen powerpoint voor nodig had. Ik begon met het incident van de leerling (toen hij dat hoorde en ook zelf iets er over zei, had hij toch enige voldoening). Daarna had ik het nog even over de kalender. Wat ze ervan vonden, of meester Rob de kalender gebruikte, hoe het samenwerken ging en waarom ze het samenwerken zo vonden gaan. Toen ik dat had besproken en lovende woorden had uitgesproken, keek ik weer naar mijn powerpoint. Deze was nog steeds verre van compleet.


Om ze toch bezig te houden, heb ik maar mijn introgedicht voorgelezen en gevraagd waar het over ging. Dit werkte enthousiasmerend en verhelderend.

Toen zelfs hierna de powerpoint niet op de beamer wilde werken, gaf ik het op. Ik wilde alsnog de presentatie geven, maar dan op mijn laptop. Deze is klein, dus ik zei dat ze met z'n allen dichtbij moesten gaan zitten. En, op de grond. De meisjes waren meteen ontzet: 'MEESTER, OP DE GROND?!' 'Ja, op de grond! pak anders je jas maar en ga daar op zitten, als je de grond te vies vind.'
Gelukkig voor de dames hebben ze ook kussens, dus niet veel later zat 90% van de leerlingen netjes op de grond. De andere tien procent vond het blijkbaar toch niet zo'n leuk idee.

De laptop liet ik rondgaan als ik een nieuwe slide liet zien. Op een gegeven moment kwam ik bij de vier gedichten. Het eerste gedicht, GUP, heeft allemaal verschillende letters. Het meisje dat ik het liet voorlezen, had erg veel moeite ermee. Ik vatte het nog even samen. Ik besloot bij mezelf om dat bij alle gedichten te gaan doen.
Omdat je op de grond zit (ja, ik ben er bij gaan zitten) hebben sommige leerlingen het idee dat ze dan ook niets hoeven te doen. Het is immers een zeer laid-back manier van les krijgen. Die leerlingen krijg je wel weer terug in gareel als je juist aan die leerlingen gaat vragen waar het gedicht over gaat, of wat er zo bijzonder is aan het gedicht.
Een van de leerlingen zei toen: 'ja maar meester, ik begreep het niet.'
'nee,' antwoordde ik, 'Je bent veel te romantisch bezig met je buurman!'
Na veel gelach en veel uitleg dat het toch echt niet zo was, deden ze wel weer mee.

Ik legde de opdracht uit. De woorden die moeilijk waren, legde ik ook uit en daarna mochten ze aan de slag. De meeste leerlingen hadden al zelf een gedicht gemaakt. De mensen die dit niet hadden, hadden al wel een gedicht uitgezocht uit de gedichtenbundels die wereld rijk is. Toen een van de leerlingen vroeg of hij een gedicht op het internet mocht uitzoeken, heb ik heel bot nee gezegd, met de uitleg dat hij al eerder iets had kunnen uitzoeken. Als hij het er niet mee eens was, dan had hij eerder moeten veranderen. Daar was hij het niet mee eens, las ik op zijn gezicht, maar ik ging er niet verder op in. Ik heb hem iets later gevraagd of hij boos op me was, maar dat was niet zo.

Wat ik moeilijk vind, is dat zelfs als je moeilijke woorden uitlegt, zoals schets of illustreren, dat ze het nog steeds niet goed begrijpen. Ze moesten deze lessen 3 schetsen maken van één gedicht. Daar moest het gedicht op, en een plaatje, en het moest goed geplaatst zijn. Er waren leerlingen bij die na één schets zich al klaar voelden. Sommigen vergaten de tekst, sommigen gebruikten meerdere gedichten. En hoe vaak je het ook uitlegt, zelfs nog een keer klassikaal, ze snappen het nog steeds niet. Ik heb het al een klein deel opgelost door aan te stippen wat ze goed doen en wat ze nog moeten doen. Dit schijnt te helpen. na een tijdje had iedereen het door en iedereen heeft ook hele goede schetsen gemaakt.

Aan het einde probeerde ik de aandacht te krijgen. Dit deed ik door heel hard te zwaaien en op dramatische wijze te vragen of ze naar me wilde luisteren. Dit werkte niet. De volgende keer doe ik dat weer op een normale wijze.

Ze waren allemaal heel hard bezig en de resultaten waren erg goed, vind ik. Ook het begin, een uitleg die per ongeluk niet alledaags was, vind ik een enorme vondst. Én, laten we niet vergeten, ik heb eindelijk eens een goede tijd gehaald! Ik lette meer op de klok en ik had ook door dat er nog 10 minuten waren (Ik vond dat veel tijd, Anouk vond het weinig)
Er zijn een aantal verbeterpuntjes. Deze verwerk ik in een doelstelling, in plaats van alleen een notitie ervan.

Doelstellingen:
- Ik wil een betere voorbereiding van de powerpoint (als ik die gebruik)
- Ik wil ervoor zorgen dat de leerlingen meer naar mij komen, dan ik naar hen.
- Ik wil duidelijker uitleggen (notitie aan mijzelf: wat dacht ik van een hand-out?)

maandag 21 november 2011

Prezitatie: Het ontdekken van een nieuw medium


Het viel me op dat de meeste leerlingen van RU tijdens hun presentaties het programma Prezi gebruiken. De gelikte presentaties worden vaak met grote ogen en bewondering bekeken. Ik vroeg me af of het makkelijk was om het programma aan te leren of dat het enorm moeilijk zou zijn om er iets mee te kunnen. Gelukkig viel het enorm mee en na een half dagje is het programma onder de knie. Dat het snel gaat, kan ik niet zeggen, maar leuk is het wel.

Je krijg een enorm leeg blad, en in plaats van dat je verschillende slides krijgt, moet je alles naast elkaar zetten. Als je dat goed doet, krijg je dan een heel gestroomlijnde presentatie waar alles in een vloeiende beweging op elkaar overgaat.

 

Niet alleen een vloeiende overgang kan je bewerkstelligen, ook inzoomen en uitzoomen kan je ermee. Hierdoor kan je leuke grapjes maken, zoals hierboven geïllustreerd. Zo heb je het antwoord al in de presentatie zitten, zonder dat ze het kunnen lezen!

 

Een van de andere dingen die je kan doen met Prezi, is ook (aan)tekeningetjes maken met stiften en markers. Deze heb ik nu gebruikt om schetsen uit te leggen in beeld. Al met al is het een enorm leuk en uitdagend programma.

Het moet hartstikke interessant zijn om echt een lange tijd te kunnen besteden om hyperprofessionele presentaties hiermee te maken. Ik ben echter ook bang dat, doordat ik nog amateur ben in dit programma, daardoor de presentatie ook een beetje een drukke, onbegrijpelijke indruk achterlaat op de leerlingen. Gelukkig heb ik wel gedacht aan het feit dat de leraar belangrijker is dan de presentatie. De presentatie is maar een hulpmiddel, en ook bij deze uiterst leuke presentatie, zal het maar een presentatie blijven.


EDIT:
Nu heb ik op het allerlaatst gezien dat je ook de 
presentatie op internet kan zetten. Nu ja, bij deze:
http://prezi.com/6znki6faa-k_/present/?auth_key=t6s17z4&follow=affcpfrsvitn

Cijfers geven: Botsing tussen criteria en eigen mening.

Anouk smste mij de 16e of ik de cijfers van klas RO wilde doorgeven over de Kalender. Ik verslikte me bijna in m'n warme chocolademelk en liep direct naar het kantoortje waar ze aan het werken was. Wilde ze dat echt? Wilde ze dat liever niet zelf doen?

Wat ze van me verwachtte viel uiteindelijk best mee. Ik moest via het Routeboekje (de bijbel van het ISK) kijken wat de criteria waren en aan de hand daarvan dan een cijfer geven. Zijzelf zou dan ook haar cijfers geven en kijken of we ongeveer hetzelfde hadden. Met een gerustgesteld hart en een Routeboek op zak ging ik weer terug naar de docentenruimte.

In het Routeboekje staan criteria voor alle vakken van de school. In dit boekje, gemaakt voor de leerlingen, staat in wat ze moeten kennen en kunnen aan het eind van het jaar. Per deelonderwerp staan er drie zinnen, makkelijk opgeschreven zodat de leerling deze kan begrijpen. Één van die zinnen is voor beginner, één van de zinnen voor gevorderd en één voor expert. Als de zin klopt voor de activiteiten van de leerling, zal deze aangewend worden voor de leerling.

Nu is het niet zo dat als je gevorderd haalt, dat je meteen een goede gevorderde bent. Er is een cijfersysteem bestaande uit 1 t/m 18. 1 t/m 6 is voor beginner, 7 t/m 12 voor gevorderd en 13 t/m 18 voor expert. Zo kan je toch nuanceverschillen aanbrengen.

Ik moest ze twee cijfers geven. De ene was voor samenwerking en de ander voor de gemaakte kalender. Nu was het allemaal heel simpel. Omdat ze samen hebben gewerkt, kon ik ongeveer iedereen dezelfde cijfers geven. Soms echter, lijkt het boekje tekort te schieten. Dan wil je een hoger cijfer geven, terwijl dat niet in de criteria staat, of juist een lager cijfer. Uiteindelijk heb ik daar niet geheel aan toe gegeven, omdat ik het niet geheel gepast vond om dingen te veranderen die in het Routeboekje staan. Als ik geheel mijn eigen les geef, zal ik wel mijn eigen criteria stellen en als ik het ergens niet over eens ben, zal ik diegene daarop bestraffen/belonen. De kalenderlessen waren echter een co-partnerschap project, en dan vind ik dat ik me uiteindelijk strenger aan de criteria moet houden.

donderdag 17 november 2011

Studiedag: Alledaagse problemen

Anouk geeft naast het vak Creatief Vormgeven, ook het vak Leren2 aan haar mentorklas. We lopen daar dan ook vaak als extra begeleiding bij, maar ik heb nooit echt geheel begrepen wat ze doen. Er worden projecten gedaan variërend van "wie ben ik" en "dit is mijn land",  tot aan "wat wil je na het ISK" en "het Nederlands onderwijssysteem".  Leren2 staat aan de voet van de Panelgesprekken en is belangrijk voor hun groei naar het ROC. Na meerdere lessen weet je wel wat er van je verwacht wordt, en je kan dan ook wel gewoon werken met de leerlingen, maar toch de insteek en de fijne kneepjes van het vak blijven je niet bekend. Gelukkig waren er genoeg leraren die graag wat extra handvaten wilden. En zo kwam het dan ook ter sprake bij de studiedag.

Daar de studiedag op de andere locatie was; de Stroyenborgdreef in plaats van de La Bohèmedreef, kwamen we een beetje te laat. Dat was niet erg, directeur Douwe wilde pas net beginnen aan zijn introductie. Met een aantal grappen en een overzicht van de dag maakte hij ruim baan voor het eerste onderwerp; leren2. Dit ging als volgt; de docenten die vonden dat ze beginner waren, mochten een interview geven aan de docenten die zich gevorderd/expert vonden (of er veel over konden vertellen). De verhouding was dan ongeveer 3 beginners tegenover 1 expert, en zo werden ook de groepjes gevormd.

Het was allemaal heel verhelderend. De expert vertelde over waar zij tegenaan was gelopen en hoe ze daarmee om is gegaan, hoe je de leerlingen actief loslaat en hoe ze ervoor zorgt dat ze een onderwerp kiezen naar hun niveau. Daarnaast ook dingen als hoe de ontwikkeling van het kind er een rol in speelt, welke positie de ouders hebben bij dit vak (volgens de visie van de school worden ouders actief betrokken in de school, in hoeverre is dit zo in de praktijk?) Al met al een heel interessant interview

Daarna kregen we een vragenronde. Iedereen die een vraag had met betrekking tot leren2 mocht deze uitschrijven op een papier. Degene die zich erin konden vinden, mochten dan mee discussiëren. Zo zou iedereen dan uiteindelijk een vraag beantwoord krijgen en dan weer mee mogen doen met een nieuwe vraag.
Om onze welwillendheid, interesse en actieve participatie vorm te geven, hebben wij vrij direct een vraag opgeschreven die ons erg interesseert: Hoe krijg je de leerlingen achter de laptop vandaan? We merken een enorme activiteit bij de laptop, die over het algemeen niet zo heel productief is. Daarnaast worden andere manieren om informatie te verzamelen vrijwel genegeerd door de leerlingen. Dus er MOET iets mee gedaan worden.
Het antwoord was heel simpel: een tijdslimiet. geef iedere leerling twintig minuten om achter de laptop te zitten. Voor een groepje van 3 betekent dat dus dat ze een uur de laptop mogen gebruiken, verder niet. Dat klinkt veel, maar je moet bedenken leren2 een les is die 3 uren duurt. Het is een harde maatregel, maar wel een goede, naar mijn inziens.

Een andere vraag die we hadden gesteld, was of er meerdere presentatievormen gebruikt en gestimuleerd  kunnen worden bij leren2. Helaas was bij zowel ons als bij de andere leraren de rek er wel een beetje uit, dus daar hebben we geen discussie over kunnen voeren.

Tijdens de pauze hebben ik en Annemieke even gerend in de buitenlucht, om de luiheid weg te bewegen. Dit tot enig onbegrip van de docenten. Hadden zij dat ook maar gedaan; ik merkte dat ze nogal in waren gekakt. We kregen een heerlijke lunch voorgeschoteld met mosterdsoep en goed belegde broodjes.

Na de pauze kregen we workshops. Annemieke ging naar de workshop "van boek naar muis", over de verbouwing van het ISK en welke voorzieningen er nodig zullen zijn om moderner te worden. Ik zelf ging naar "leren vanuit het routeboek". Het routeboek is een paars boekje waar alle criteria in staan waar een leerling aan moet voldoen aan het eind van het jaar. Wat nu gebeurt, is dat de leraren hun lessen maken en daar een aantal van de doelen van het routeboekje in verwerken. Zo hebben ze de criteria en zo kunnen ze ook cijfers geven. De workshophouder pleitte voor een andere methode. De leerling moet vanuit het routeboekje kijken wat hij/zij moet leren van het hoofdstuk, en verzamelt zelf de informatie. De leerling maakt de opdrachten die er worden aangegeven, maakt een toets die ook vanuit de criteria van het routeboekje zijn bedacht en presenteert ook nog eens de kennis via een presentatie. De leraar heeft een begeleidende rol in plaats van de rol van de verstrekker van informatie.

Of ik dit een goed plan vind, weet ik niet. Ik ben bang dat de leerlingen hierdoor enorm resultaatgericht aan de slag gaan, omdat ze alleen nog op de doelen hoeven te letten. Daarnaast ben ik ook bang dat sommige leerlingen niet veel zullen bakken van dit systeem, omdat ze nogal worden losgelaten. Sommige leerlingen kunnen van nature goed zwemmen, maar anderen absoluut niet. En uiteraard worden veel van de dingen uitgeschreven op het computerprogramma Dapter. Hier komt mijn eerdere angst weer naar voren; de leerlingen zullen steeds meer en meer achter de computer blijven steken.
De workshopleider had wel een hele hoop goede punten, dus ik vind het verstandig dat hij zijn methode verder wil onderzoeken en raffineren. Ik hoop dat er mooie resultaten uit zullen komen en dat mijn zorgen voor niets zijn geweest.

Na de workshop was er nog een borrelmoment. Ik zag heerlijke dranken en spijzen, maar ik moest het laten, ik was al te laat voor het terugkom-moment op de HKU!

Het konijnenfeest: Kalenderles II

Toen ik de kalenderlessen over nam, waren ze al heel ver. Het zou onzinnig zijn geweest om ze nog een lesblok aan deze opdracht te laten zitten, dus was het naar mijn idee tijd om alles wat ze hebben gemaakt bij elkaar te brengen en de jaarkalender tot een groot succes te maken.

Ik begon de les dan ook door te zeggen dat ze aan het eind van de les, de kalender af hebben. maar wat moet er nou allemaal op een kalender staan? De leerlingen vertelden wat er op moest staan, ik schreef het op het bord. Een titel, maanden, dagen, cijfers, plaatjes, kleur, verjaardagen, seizoenen. Ik zette als laatste ook nog feesten in het rijtje en iedereen was het ermee eens. Nu ze dit allemaal weer op hadden gehaald, gingen ze aan de slag.

Omdat het 't eind was van de opdracht, waren sommigen met hun taak eerder af dan anderen. De leerlingen kennen hier een woord voor: Klaar. Ze denken dat ze dan niet verder hoeven te werken. "Meester, ik ben klaar", zei een van de jongens. Ik nam met hem het lijstje door. Zo probeerde ik hem erop te wijzen dat zijn taak misschien wel gedaan is, maar de kalender nog niet af is. Hij voegde zich weer bij de rest om te helpen.

In het midden van de les, merkte ik dat het heel onrustig was. Ik observeerde de leerlingen. Ik zag twee groepen bezig, maar... ik zag ook dat er twee kalenders gemaakt werden! Een groepje van vier leerlingen had de opdracht verkeerd begrepen. Ze hadden de verjaardagen opgeschreven van iedereen (dit was hun taakje, bedacht door de leerlingen zelf) en maakten daarvan een kalender. Ze dachten dat de rest een feestkalender maakte. Ik zei dat ze met de andere groepen moesten praten, want het was de bedoeling dat de hele klas één kalender maakte. Het kleine beetje overleg dat ze deden, liep uit op niets.

Ik greep ik: 'Wat maken we ook alweer?' Een kalender, was het antwoord. Ik legde uit dat we één jaarkalender maakten, met daarop én de feesten én de verjaardagen terecht moesten komen. Daarnaast vertelde ik dat ik mensen niks zag doen, en vroeg of dit ook zo was. Braaf riepen ze allemaal "nee", ze deden best wat. Dus ik nam met iedereen, stuk voor stuk door wat ze gingen doen, en toen mochten ze weer aan de slag.

Het was daarna een stuk rustiger en aan het eind van de les was alles precies af. Opeens kreeg ik het seintje van Anouk, dat ik weer eens behoorlijk over de tijd heen was gegaan. Dus in alle haast hebben we nog opgeruimd en kreeg ik niet de tijd om nog met de klas na te bespreken. Later bleek dat Anouk zich had vergist en ik nog minstens tien minuten had, maar het maakte niet uit. Het was een goede les met een prachtig resultaat.

Dingen waar ik wel tegenaan loop zijn o.a. dat er leerlingen zijn die maar niks blijven doen. Dat je nog zo hard aan ze gaat trekken, maar dat ze nog steeds niks doen. Anouk gaf de tip dat het weinig zin heeft om die mensen aan te sporen. Dat is alleen maar vermoeiend voor jezelf.
Ook vind ik het lastig om steeds te blijven letten op het Nederlands van de leerlingen. Er zit een Somalische kern in de klas, en het is voor hun moeilijk om de verleiding van de "makkelijkere" Somalische taal te weerstaan. Misschien dat ik de volgende les, ze zo zet, dat ze uit elkaar zitten. Kijken hoe dat werkt.

maandag 14 november 2011

Dames en Dieren: kalenderles

Alle klassen hadden nog een doorgaand aantal lessen. Dit is natuurlijk heel jammerlijk, omdat je dan niet je eigen opdracht kan gaan doen. Daarom hebben Anouk en ik besloten dat ik de Kalender-lessen van klas mentorklas RO over zou nemen. Als deze klaar is, dan zou ik mijn eigen opdracht, opdracht gedicht, kunnen doen.

Omdat de leerlingen nog niet veel communiceerden of samenwerkten, en er alleen een theorielokaal beschikbaar is, moest de opdracht voor meerdere mensen zijn en toch simpel uitvoerbaar zijn. Door samen een kalender te maken, leren ze niet alleen samenwerken, maar ze leren ook de maanden, de feestdagen etcetera beter kennen. Al met al dus een perfecte opdracht. Uiteindelijk zou ik natuurlijk ook een deel eigen invulling kunnen geven, aangezien ik de lessen overnam.

Ik begon met een kleine opwarmer voor de klas door te beginnen over de excursie. Ik vroeg er naar wat ze ervan vonden en of ze zelf ook zulke mooie dingen gaan maken. Dat wilden ze wel, ze werden enthousiaster.
Daarna heb ik kort over de opdracht gesproken, of ze wisten wat ze moesten gaan doen en of de taken verdeeld waren. Daarna gingen ze meteen aan de slag.

Ik ben erbij gaan zitten, om te kijken of ze daadwerkelijk wel aan de slag gingen. Door op ooghoogte te gaan zitten, hebben ze wel het idee dat je oplet, maar krijg je niet het aasgier-effect (dat je over hun schouders meekijkt en in hun nek zit te hijgen). Nadat ik wist wie er wel en wie er niet aan het werk was, kon ik doelgericht vragen stellen: 'Weet je wat je moet doen?' 'Vraag dan aan de groep wat je moet doen, het is jullie project en ze moeten je ook aan het werk zetten'. Meestal was dit genoeg om ze weer aan het werk te zetten.

Er ontstonden een paar kleine groepjes. Een groep was bezig met plaatjes uitknippen, een groep was bezig met de eerste zes maanden, een groep was was bezig met de andere zes maanden en nog een groep was bezig met de data van de feesten en verjaardagen. En ze waren allemaal druk! Sommige meer met instructies geven dan met knippen en plakken, maar uiteindelijk deed iedereen iets. Ik was alleen nodig om af en toe een vraag te beantwoorden of een schaar uit de kast te halen. Zo hoort het.

Een voorbeeld van hun zelfwerkzaamheid was bijvoorbeeld dat een leerling iets wilde vertellen aan de hele klas. Ze keek mij aan, kijkend of ik het zou doen. Ik gebaarde dat zij het moest proberen. Dus, ze stond op en begon: "Dames en dieren. Eh, heren!"

We begonnen wel iets te vroeg met opruimen. Omdat ik zag dat er drie leerlingen bezig waren met niks doen, zei ik dat ze anders alvast een klein beetje konden opruimen. Dit werd echter vrijwel direct een grootschalig opruimen en alles weer goed neerzetten. Gelukkig dat Anouk nog iets te vertellen had, anders dan hadden we teveel tijd gehad.

Vragen voor mijzelf zijn dan ook: Wat doe ik als ik de leerlingen bezig zijn, hoe houd ik makkelijk de eindtijd in de gaten en hoe pak ik deze sfeer door in de volgende les.

Klassenbesprekingen: de kunst van het benoemen.

Tijdens de eerste vergadering die we hebben meegemaakt, werd gezegd dat er een aantal leraren waren die feedback wilden over een aantal leerlingen van hun mentorklassen. Dit werd goed bevonden en zo werd 8 november ingesteld als de dag van de klassenbesprekingen. Dit houdt in dat er steeds een half uur werd ingesteld om een bepaalde mentorklas met de leraren van die klas te bespreken. Ik ben naar de klassenbesprekingen RS, RU en RO geweest.

Veel wil ik er niet over vertellen. Het lijkt me niet geheel nodig om de verhalen over deze jongeren neer te kalken op het internet. Een algemeen beeld over de klassen. RS is een zeer energieke klas waar de leraar actief nodig is om deze energie in goede banen te leiden. RU is een klas met leerlingen die erg gevorderd zijn en RO is een klas met enthousiaste, maar minder snel lerende leerlingen.

Ik merkte een compleet verschillende aanpak bij de klas van RO vergeleken met de aanpak bij de klas RU en RS. Voornamelijk bij RS lag de aandacht voornamelijk op de probleemleerlingen, met voornamelijk de vragen "kunnen ze dit niveau wel aan". Bij deze  Ook bij RU werden deze soort leerlingen besproken, maar dan zonder er nog een conclusie aan vast te binden. Mij viel op dat tijdens deze gesprekken, de nadruk lag op wat ze niet konden, in plaats van wat ze wel kunnen.

Bij RO lag het hele concept anders. Bijna elke leerling werd behandeld, waarbij er dingen werden verteld die ze niet konden, maar ook juist de positieve dingen van iedere leerling naar voren werden gehaald. Niet dat alles in deze klas koek-en-ei is, maar toch lag de nadruk anders.

Niet dat het afschuwelijk is om de klassen RU en RS les te geven, maar de insteek begon verkeerd, waardoor het leek alsof je tijdens de bespreking in een neerwaartse spiraal van negativiteit terecht kwam. Het werd meer een betoog om de leerling onderuit te halen, dan een beschouwing waarbij de positieve en negatieve kanten objectief worden benoemd. Ik denk dat het voor mij ook zaak is om zo te blijven kijken, negatief te benoemen, maar ook juist zeker het positieve. Ik laat me makkelijk beïnvloeden door de stemming van anderen, en dat moet hier vermeden worden, voor het bestwil van de leerlingen.

Offerfeest: Waar staat de school in hun leven

Annemieke zou meteen maandag 7 november het eerste blokuur haar eerste les geven over het bouwen van een stad uit afvalmateriaal. We kwamen iets eerder naar school om alvast een aantal kleine dingetjes voor te bereiden, zoals het starten van de powerpoint op de schoollaptop. 

Om kwart voor negen begint altijd de eerste les. Van de zestien leerlingen die RD huist, verschenen er maar 5. Naderhand, nog een halfuur voor het blokuur over was, kwamen er nog twee aanzetten. De rest was -toen ik het in de rest van de week vroeg- "ziek".

Uiteraard waren ze niet ziek, maar hadden ze iets totaal anders. Het was Offerfeest! Voor Eid-Al-Adha wordt over het algemeen drie dagen vrij gegeven. Hier, waar de islam cultuur uiteraard iets minder gerepresenteerd is op de Hollandse kalender, krijgen ze welgeteld één dag. Dit was op de zondag, dus officieel zou iedereen gewoon maandag op school moeten zijn. De meeste Bulgaren, Marokkanen, Somaliërs en andere nationaliteiten hier op deze school, hangen de Islam aan en denken dat een religieus feest belangrijker is dan hun intellectuele ontwikkeling. School is een bijzaak.

Deze attitude is wel vaker te merken op deze school. Sommige leerlingen zijn niet meer leerplichtig en komen hier omdat ze denken dat het belangrijk is voor hun toekomst. Maar ze hebben ook het idee dat ze voor ieder wissewasje in hun persoonlijke leven, gewoon weg kunnen blijven. 
Tandartsafspraak? Dan blijf ik de hele dag weg van school.

Ik merk een zeker dubbel gevoel binnen de school en bij de leraren. Aan de ene kant wordt dit uiteraard niet getolereerd, maar aan de andere kant hebben de leraren ook een beetje een machteloos gevoel. Vooral bij het Offerfeest. Er zijn zoveel mensen niet aanwezig, hoe pak je dan zoiets aan? Een vraag waar ik op dit moment ook niet antwoord op weet. Maar de leerlingen weten dat als ze te vaak niet aanwezig zijn, leerplicht hun ook op de kop zal geven. Er worden verder geen speciale acties ondernomen om leerlingen te laten komen op feestdagen waar geen vrij voor is gegeven. Behalve dan de dag erna, om te zeggen dat het niet goed is en dat ze gewoon op school hadden moeten komen.

En hoewel ik ook vind dat de leerlingen gewoon op school aanwezig moeten zijn, ging ik zelf ook eerder weg om een feestmaal voor te bereiden (om vier uur, in plaats van half vijf). Ach, hypocrisie is niet van nature een negatief woord.

Rabobank: Het belang van enthousiasme

De donderdag kregen we te horen dat klas RO naar de rabobank ging. Toen ik aan een van de leerlingen vroeg wat ze daar gingen doen, kwam het antwoord "naam geven". Rob vertelde echter dat daar de tentoonstelling 'IK, JIJ, WIJ' zich in de RABObank bevond. Om 8.45 zou hij vanuit het station vertrekken naar het gebouw aan de Croeselaan. Het "naam geven" sloeg op de naambordjes die er gegeven zouden worden ter identificatie. Annemieke en ik werden uitgenodigd om ook mee te gaan, als het ons leuk leek. Annemieke kon helaas niet, maar ik heb er direct ja op gezegd. Hoewel ik mijn slaap hard nodig had, vond ik het belangrijk om er toch aanwezig te zijn.

Op vrijdag 4 november zat ik al vrij vroeg in de bus naar het station toe. Onderweg zag ik al de felwitte jas van een van de leerlingen, die zelf ook haastig naar het station spoedde. Bij het grote digitale bord werd er verzameld; de dames in het ene groepje, de heren in het andere groepje. Nu moet u, als lezer, niet denken dat deze splitsing vanuit onszelf is geregeld. De heren en dames vormden vanuit zichzelf al deze splitsing. Uiteindelijk vertrokken we, maar niet met de gehele groep. Er waren nog een paar mensen niet aanwezig.

Rob legde uit:
Het is belangrijk dat ze zelf de weg naar deze plek vinden en dat ze dat ook binnen de aangegeven tijd doen. Dat wordt namelijk ook van ze verwacht op het ROC. We hebben zo laat afgesproken en als ze er niet zijn, dan weten ze dat ze naar het ISK moeten gaan. We wachten nog tien minuten na de afgesproken tijd en dan gaan we weg. We zouden ook langer kunnen wachten, maar dan zouden we een verkeerd beeld geven tegenover de andere leerlingen die wel netjes op tijd zijn gekomen. Die zullen dan de volgende keer te laat komen, omdat ze denken dat het mag. 
Toen we naar de RABObank liepen met z'n allen, werden de oren van mijn hoofd gevraagd. "Waarom is Annemieke er niet. Waarom jij wel. Waar woon je dan. Ken je de straat waarin ik woon." Voorheen waren ze nog niet zo openlijk nieuwsgierig geweest. Zou dat dan echt komen omdat ik nu toevallig mee ging?

De leerlingen waren zelf bezig met presentaties over de vraag "wie ben ik". De tentoonstelling sloot dan ook zeker aan bij de vragen die ze zelf moesten beantwoorden. Bijzondere werken van o.a. Folkert de Jong wekten de interesse van veel leerlingen. Ze begrepen niet altijd de achterliggende gedachte, maar dat maakt niet uit. Ze raakten geïnspireerd en wilden ook zulke dingen maken. Soms was de liefde voor de kunstwerken zo groot, dat ze als Japanners samen met de werken op de foto gingen. Dit met pijn aan mijn hart, want hoe vaak je ook zegt dat ze de beelden niet mogen aanraken, als het om foto's gaat, zijn ze toch iets minder gedisciplineerd.

Het leukste is dat de meeste leerlingen ook vragen stelden over de kunstwerken en goed luisterden naar de uitleg (als ik tenminste iets wist over de kunstenaars). Ik betrok hun actief bij de tentoonstelling, maar ik merkte dat zij mij ook actief betrokken bij de tentoonstelling. Er is geen moment geweest dat ik in mijn eentje naar een kunstwerk stond te kijken.

Aan het eind van de excursie liep ik met de leerlingen naar het busstation. Zij gingen weer terug naar het ISK, ik ging de stad in voor wat persoonlijke zaken. "Maar meester", zei een van de leerlingen, "kom je niet kijken naar onze basketbalwedstrijd? We moeten aangemoedigd worden!" Ik beloofde hen dat als ze zouden winnen, ik voor hun taart zou kopen. Dat vonden ze een heel goed idee en ze begonnen op te scheppen hoe goed ze waren in sporten.

Pas aan het einde merkte ik hoe verstandig het is geweest om mee te gaan. Het stille, Somalische meisje ging naast me lopen en zei: "ik vind je een goede meester" "Pas maar op," grapte ik, "ik ben een heel strenge meester hoor." Er kwam een brede lach op haar gezicht. Door dit soort kleine dingen merk ik dat je veel meer banden krijgt met de klas. Ze komen makkelijker naar je toe, zelfs in de pauzes en voelen zich op hun gemak bij je.

Wat een excursie van een anderhalf uur wel niet met je imago kan doen.

donderdag 10 november 2011

Door de ogen van de dieren: Perspectieftekenen

Perspectieftekenen (docentenhandleiding)

De leerling leert perspectief en de verschillende onderdelen van perspectief te benoemen
De leerling leert verschillen te zien in de standpunten van het perspectief
De leerling leert werken met diepte.
De leerling leert te werken met liniaal en potlood.
De leerling leert onder andere de woorden: Perspectief, verdwijnpunten, hulplijnen, horizon, standpunten. De leerling leert deze ook te gebruiken. 

Les 1: De leerling krijgt een uitgebreide les over perspectief. Deze wordt op het bord gegeven door de leraar. De leerlingen krijgen twee vellen papier, waarbij ze actief de stappen van de leraar meedoen. Zowel voor als achterkant gaan ze gebruiken van dit papier. Dingen die ze leren:
- Horizon
- Verdwijnpunten
- Hulplijnen
- Éénpuntsperspectief (beginner, gevorderd)
- Tweepuntsperspectief (gevorderd, expert)
- Standpunten van perspectief

(note: Moeilijke woorden, makkelijk uit te leggen door middel van afbeeldingen!)

Les 2, 3, 4:
De leerlingen krijgen de echte opdracht. Een kiezen een dier, en vanuit de ogen van dat dier maken ze een tekening. Vliegt het dier, staat het op de grond? Wat kan het dier zien? Wat hoort er bij dat dier? (voorbeeld: kat in de keuken, laag bij de grond, ander voorbeeld: vogeltje in de tak van een boom, of een paard in de stal). Hierbij moeten ze één van de twee perspectiefvormen gebruiken.

Allereerst moeten ze het met potlood hun ruimte uittekenen. Daarna mogen ze met waterverf de tekening invullen. 



Door de ogen van een dier (lesbrief)


Doel
Je leert perspectieftekenen
Je leert door de ogen te kijken van een dier
Je leert werken met diepte.
Je leert te werken met liniaal en potlood.
Je leert nieuwe woorden en kan die gebruiken


Je kiest een dier. Je vraagt je af wat dat dier ziet
-Huiswerk: Maak een foto van hoe een dier kijkt.
Je maakt een tekening van wat dat dier ziet. Je gebruikt hierbij perspectieftekenen
Je mag de tekening inkleuren met aquarelverf

Specialité pour RO: Gedichten illustreren


Gedicht illustreren (docentenhandleiding)
Drie blokuren
Voor de docent:
Materiaal: gedicht, collage, verf, gekleurde papieren. 

Rob heeft/gaat met RO samen gedichten maken. Deze gaan we illustreren.


blok 1
Allereerst de uitleg: wat gaan we de komende weken doen. Plaatjes laten zien van geïllustreerde gedichten (o.a. plint). Vervolgens uitleggen wat ze vandaag gaan doen.

De leerlingen gaan drie schetsen maken van hoe hun gedichten eruit moeten zien. Deze drie schetsen moeten er anders uit zien en ze moeten aan het eind van de les af zijn. 

De leraar (Leo) gaat in deze les langs om te kijken naar het gedicht. Daar verbetert hij samen met de leerlingen eventuele spelfouten.

Blok 2
De leerlingen moeten één van de schetsen uitkiezen om te gebruiken als ontwerp voor het gedicht. Deze gaan ze uitwerken door middel van collage, verf, en andere materialen. Hierin zijn ze vrij. Ze mogen nog niet het gedicht erin schrijven. 

De leraar gaat in deze lessen langs om te kijken naar het gedicht. Daar verbetert hij samen met de leerlingen eventuele spelfouten. Als dit gedaan is, mag de leerling ook het gedicht verwerken in het kunstwerk. Dit is via schrijven of via het gebruik van lettermallen of collage letters. De leerling moet zelf weten welke hij/zij gebruikt, en ook waarom.

Blok 3
De leerlingen maken de gedichten af in de eerste helft van de les, voor zover dat nodig is.
Als de les op de helft is, worden alle spullen al opgeruimd en worden de gedichten één voor één voorgelezen en gepresenteerd. (reminder: doordat de tweede helft presenteren is, is het handig om deze dag niet meer met natte materialen te werken) 


Criteria/beoordeling
Grootte en vorm van de tekst (de leerling kan de tekst goed vormgeven)
Plaatsing van de tekst (de leerling kan de tekst goed op het vlak plaatsen)
Combinatie tekst en afbeelding (de leerling kan een plaatje maken die slaat op het gedicht)

Opdracht (leerlingbrief)
Gedicht illustreren

Doel:
Je leert schetsen.
Je leert je gedicht uitbeelden.
Je leert tekst en afbeelding samen te voegen. 


Wat gaan we doen:
- Je maakt drie verschillende schetsen hoe het gedicht er uit kan zien
- Je gaat het gedicht nakijken samen met de leraar
- Je kiest een van die drie schetsen uit
- De schets die je hebt gekozen, ga je op een groot papier maken.
- Als iedereen klaar is, ga je je gedicht presenteren.


Let op: Pas als je leraar je gedicht goed vind, mag je de tekst schrijven op het grote vel papier! Je kan dan al wel beginnen met de rest.