donderdag 17 november 2011

Het konijnenfeest: Kalenderles II

Toen ik de kalenderlessen over nam, waren ze al heel ver. Het zou onzinnig zijn geweest om ze nog een lesblok aan deze opdracht te laten zitten, dus was het naar mijn idee tijd om alles wat ze hebben gemaakt bij elkaar te brengen en de jaarkalender tot een groot succes te maken.

Ik begon de les dan ook door te zeggen dat ze aan het eind van de les, de kalender af hebben. maar wat moet er nou allemaal op een kalender staan? De leerlingen vertelden wat er op moest staan, ik schreef het op het bord. Een titel, maanden, dagen, cijfers, plaatjes, kleur, verjaardagen, seizoenen. Ik zette als laatste ook nog feesten in het rijtje en iedereen was het ermee eens. Nu ze dit allemaal weer op hadden gehaald, gingen ze aan de slag.

Omdat het 't eind was van de opdracht, waren sommigen met hun taak eerder af dan anderen. De leerlingen kennen hier een woord voor: Klaar. Ze denken dat ze dan niet verder hoeven te werken. "Meester, ik ben klaar", zei een van de jongens. Ik nam met hem het lijstje door. Zo probeerde ik hem erop te wijzen dat zijn taak misschien wel gedaan is, maar de kalender nog niet af is. Hij voegde zich weer bij de rest om te helpen.

In het midden van de les, merkte ik dat het heel onrustig was. Ik observeerde de leerlingen. Ik zag twee groepen bezig, maar... ik zag ook dat er twee kalenders gemaakt werden! Een groepje van vier leerlingen had de opdracht verkeerd begrepen. Ze hadden de verjaardagen opgeschreven van iedereen (dit was hun taakje, bedacht door de leerlingen zelf) en maakten daarvan een kalender. Ze dachten dat de rest een feestkalender maakte. Ik zei dat ze met de andere groepen moesten praten, want het was de bedoeling dat de hele klas één kalender maakte. Het kleine beetje overleg dat ze deden, liep uit op niets.

Ik greep ik: 'Wat maken we ook alweer?' Een kalender, was het antwoord. Ik legde uit dat we één jaarkalender maakten, met daarop én de feesten én de verjaardagen terecht moesten komen. Daarnaast vertelde ik dat ik mensen niks zag doen, en vroeg of dit ook zo was. Braaf riepen ze allemaal "nee", ze deden best wat. Dus ik nam met iedereen, stuk voor stuk door wat ze gingen doen, en toen mochten ze weer aan de slag.

Het was daarna een stuk rustiger en aan het eind van de les was alles precies af. Opeens kreeg ik het seintje van Anouk, dat ik weer eens behoorlijk over de tijd heen was gegaan. Dus in alle haast hebben we nog opgeruimd en kreeg ik niet de tijd om nog met de klas na te bespreken. Later bleek dat Anouk zich had vergist en ik nog minstens tien minuten had, maar het maakte niet uit. Het was een goede les met een prachtig resultaat.

Dingen waar ik wel tegenaan loop zijn o.a. dat er leerlingen zijn die maar niks blijven doen. Dat je nog zo hard aan ze gaat trekken, maar dat ze nog steeds niks doen. Anouk gaf de tip dat het weinig zin heeft om die mensen aan te sporen. Dat is alleen maar vermoeiend voor jezelf.
Ook vind ik het lastig om steeds te blijven letten op het Nederlands van de leerlingen. Er zit een Somalische kern in de klas, en het is voor hun moeilijk om de verleiding van de "makkelijkere" Somalische taal te weerstaan. Misschien dat ik de volgende les, ze zo zet, dat ze uit elkaar zitten. Kijken hoe dat werkt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten