woensdag 30 november 2011

Gedicht illustreren: Lesblok 2

Zonder prezi kwam ik de les binnen zetten. Ik had een grotere voorbereidingstijd genomen en dat pakte uit: alles was klaar toen de leerlingen binnen kwamen. Ik had de tafels in groepjes van vier gezet. Vlak bij elkaar en vlak bij het bord. Het viel me op hoe een van de leerlingen aan de tafel helemaal achterin wilde gaan zitten. Gelukkig kwam hij dichterbij toen ik zei 'dat ik niet heel hard wil schreeuwen om me verstaanbaar te maken.'

Eerst heb ik herhaald wat we de vorige keer hebben gedaan. Daarna gevraagd wat we vandaag gingen doen. Een jongen wist wel iets te vertellen, maar het was niet het goede verhaal. Dus ik nam het weer van hem over en vertelde wat het wel was. Ze zouden een van de schetsen uit gaan kiezen en deze uitvergroten. Ik heb gezegd dat bij een gedicht, de tekst het belangrijkst is en dat die ook goed te zien moet zijn. Ik heb ze uitgelegd over lettermallen, over collage en dat ze ook hun eigen handschrift kunnen gebruiken. Toen ze de lettermallen zagen, glommen hun ogen al.

Als allerlaatst heb ik ze ook een stuk van "De Zee" van Frederique Spigt laten horen. Een van de meiden had goed gehoord dat naast een liedje, dit ook een gedicht was dat over Nederland ging. Ik vertelde hun dat tijdens de presentaties, over een paar lessen, ze ook moeten letten op hoe ze hun gedicht voorlezen. Een gedicht is immers meer dan alleen een stuk tekst.

De twee die een les hebben gemist, heb ik verteld wat ze moesten doen. Ze hebben alles enorm snel ingehaald; aan het eind van de les waren ze bijna op gelijke voet met de rest van de leerlingen.

De les verliep wel goed. De leerlingen hadden voornamelijk moeite met de verhoudingen. Als ze ergens iets in wilden schrijven, hadden ze meestal meer ruimte nodig dan ze hadden verwacht. Een ander probleem is dat ze heel veel bevestiging vragen, wat absoluut niet nodig is.

Er zijn vier Somalische jongens in RO. Ze klitten altijd samen en praten dan in het Somalisch. En ja, natuurlijk, als ze er op worden aangesproken, dan praten ze vier minuten geen Somalisch, maar niet veel later betrap je ze er toch weer op. Op een bepaald moment was ik het zat en heb gezegd dat als ze ermee doorgaan, ik ze uit elkaar zet.
Een van de jongens reageerde erop: 'Maar we praten helemaal geen Somalisch!'
'O nee?', antwoordde ik, 'wat was dat dan een minuut geleden?'
Hierop hield hij wijselijk zijn mond.

Een minuut later hoorde ik een vaag gebrabbel achter me. Somalisch. Ik vroeg of ik niet duidelijk was geweest. Het hield meteen op. Ik heb besloten om me hier zeer streng aan te houden. Ik vind een beetje Somalisch niet erg, maar dit loopt de spuigaten uit. Ik wil niet hebben dat ze zich als een aparte groep gaan zien, ze moeten communiceren naar de klas toe. En ze moeten niet denken dat ik er niks van zal zeggen, omdat ik een "vriendelijke stagiaire" ben.

Er is enorm hard gewerkt, en ik denk ook wel dat ze veel plezier hebben gehad aan het werken. Ze hebben, naast mij vragen te stellen, ook eigenhandig oplossingen gevonden. Ik voelde me echt meer een begeleider als een leraar; iemand die erbij zit en af en toe een beetje stuurt, om de leerlingen zelf verder te laten werken.

Aandachtspunten van de volgende les:
- Ik ga mijn houding verbeteren. Ik weet dat ik er al mee bezig ben, maar ik wil nog meer grip erop hebben.
- Ik wil echt dat "Groep Somalia" meer Nederlands gaat praten. Daar wil ik strenger op letten.
- Ik wil meer complimenten geven. Ze doen het erg goed, maar ik weet niet of ik het ook laat merken.
- Ik wil meer gaan zitten. Dat de leerlingen naar mij toe komen in plaats van ik naar hun. (of is het hen? ik weet het niet meer)

Alle tips en ideeën zijn welkom!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten